Mijn liefste 2020

Ik schreef het al eens ergens: 2020 was een topjaar. Voor mij. Het zal wel dat 2020 voor veel mensen een ellendig jaar was met veel verlies (of dat nu van festivals, lieve mensen, creativiteit of tijd was) maar voor mij was het zo een schoon jaar.

Het was corona. Awelja, dat weten we nu allemaal. Die tijd van adrenaline en chaos, daarin dartelde ik rond, want ooit was dat exact waarin ik leefde. Dagen van oppassen, niet weten wat je zal aantreffen overdag en ’s nachts, en dat het altijd overtreft, ook al dacht ik dat dat niet meer kon. Dat we het ergste gezien hadden.
Er waren persconferenties met drama en ik wou méér, het hele land plat, ergste scenario’s. Toen werd het rustig: winkels dicht, de straten verlaten, de lucht helder. Ik at ’s morgens altijd een speculoosje bij de koffie en ik leerde veel.

Ik leerde wie ik ben. Niet helemaal, maar wel een beetje. Welke muziek ik tof vind – zonder dat een ander die tof vindt. Ik ga volledig op in mijn aquarel, lees boeken waar ik mezelf ooit te dom voor vond. Ik begrijp het dan soms nog altijd niet, maar dat boeit mij dan niet. Ik kan ook de enige niet zijn, denk ik dan. Iedereen doet alsof. En dan eet ik nog een mellow cake van den Aldi, want chance dat die dingen er nog zijn.

Ik leerde dingen over onveilige hechting en trauma en vooral over hoe en waarom ik ben wie ik vandaag ben. Dingen kregen een naam. Mezelf kreeg vorm. Dat ging goed, maar vooral fucked up niet goed. En toch: heel goed. Boos zijn, moeten voelen. Dat doe ik niet graag. Leren vertrouwen – een ander mens dan mezelf. Wat is dat voor iets eigenlijk, dacht ik. Wel schoon. Altijd struggelen daarmee, leren dat veel dingen verre van oké waren, daar kwaad op zijn. Compassie leren hebben met mezelf. Leren dat gevoel oké is, veel gevoel ook, dat ik heel gevoelig ben (eikes). Gevoelig zijn eigenlijk toch leuk vinden. Want ja, opgaan in bos en buiten en een vogel en poëzie en alle mooie dingen, daarvoor heb ik dat nodig. Zonder is alles maar kaal. En ik hou niet van de winter.

Ik heb de horeca gemist. Ik mis ze. ’t Zal wel zijn. Maar ik heb ook een heel mooie zomer gehad: we kregen hittegolven, ik deed terraskes met rosé, ik ging buiten zwemmen, kreeg plasstress in Frankrijk, riep tegen de GPS, kon niet slapen, keek naar de maan buiten, deed dom met vriendinnen zoals dat eigenlijk alleen in de zomer kan, las duust boeken en vond mijn maatje bij Kya in Daar waar de rivierkreeften zingen. Kya, da’s ikke. Ik ga er nooit over zwijgen. Het interesseert mij niet, maar ze zouden me er eigenlijk voor moeten betalen.

Mijn werk is mijn werk dat ik vaak niets vind maar het is het beste van ’t slechtste, en ik heb lieve collega’s. Ik wil iets creatiefs doen naast mijn job en ik zoek en zoek en zoek en wil altijd schrijven, maar twijfel, en weet nooit hoe. Eén ding weet ik: mijn woorden zijn van mij, schrijven zit zo verweven met mij dat het mijn identiteit is. Ik besta niet zonder, het is alsof het als breiwol verspreid en gehecht vanbinnen in mij zit.

Mijn leven valt dikwijls niet te organiseren. Als ik zeg dat ik maar wat doe, dan doe ik ook echt maar iets. Ik trek mij dat ook niet aan, eerlijk gezegd. Ik lach daarmee, met vuile ramen of dat ik eten laat aanbranden of mijn plant laat doodgaan. Dat ik te laat kom, geen systemen heb, dingen laat slingeren en kapotmaak. Ik ben geen volwassene (wel een kakapo hè). Als ik één ding kan, dan is het relativeren als de beste. Er zijn ergere dingen. Altijd. ’t Is maar dit. Ik ben snel kwaad op kleine dingen, maar dat is direct weer gepasseerd. ’t Gaat allemaal over. Ik heb het niet voor zelfmedelijden: soms tot treurens toe maar hé, durf eens appreciëren. Er is dikwijls veel. Durf zien. Niet altijd, maar misschien wel meestal.

Ik trippel in mijn schildershemd en zou het leven kussen, door mijn open raam met de wind meezweven, en daarna vind ik het vreselijk en denk ik dat ik er nooit uit ga ontsnappen. Het is zo beklemmend, zo eindeloos, zo veel en zo weinig, zo bepalend en onbestemd, zo stom en zo schoon. Wat moeten we daarmee? Het opeten, er eens van proeven en kijken hoe het smaakt? Kon dat maar. Het ding is: niemand weet volgens mij echt hoe het smaakt. Het smaakt bij iedereen een beetje anders, da’s zeker. Het is sowieso een beetje bitter, en bij de één al wat bitterder dan bij een ander. Ik hoop op slechts een beetje bitter voor jou.

2020 was rust. Al die rust bijeen, men zou er haast onrustig van worden. Ik vond rust door mezelf te begrijpen. Ik begrijp een ander ook beter, zo. Ik erger mij kapot aan iedereen, welteverstaan, maar daaronder begrijp ik de mens vaak ook wel. Behalve, want er zijn altijd uitzonderingen, in ’t verkeer. Ik haat jullie daar allemaal. Good vibes, Kelly, eindigen met good vibes hè zeg: in 2021 wens ik vrijheid, zon, verse tomaten en een kip die naar mij genoemd wordt. Een mens mag toch dromen hè? Awelja. Ik droom van een kip.

Cursus SUCCESSFUL ADULTING: deel twee

Hello my dear all! Ergens in mei dit jaar konden jullie in deel één al leren hoe jullie een succesvolle volwassene moeten worden. Toen had ik al de volle 25 jaren ervaring en kregen jullie de basiscursus mee. Inmiddels ben ik 26 en moeten jullie betalen. Ik ben inmiddels de meest volgewassene volwassene die je je kan voorstellen – gewassen op het beste wasprogramma: ik weet het allemaal. U kan 59 euro overschrijven, de betaalgegevens vindt u onderaan.

HAHAHA natuurlijk is het gratis. Het is een laat kerstcadeau als het ware! Het moment dat ik trouwens e-books begin te maken moet je je voorraad spaghettisaus uit de diepvries halen en gaan schuilen in schuilkelders. Dan staat de wereld op het punt te vergaan. Bij deze is dat alvast tip 1.

Goed, even terug naar deel één van de cursus: toen waren we nog in de veronderstelling dat corona zou overwaaien en schreef ik dat jullie één Kelly aan afstand kunnen houden. Hebben jullie inmiddels wel eens aan jullie groepsleider gedacht??? Ik heb wel aan mezelf gedacht, soms. Dan stond ik in een wachtrij en schatte ik in of er wel anderhalvemeter afstand werd bewaard en dacht ik: ik ga me gewoon eens leggen en kijken wat er gebeurt. Mijn regel is helaas weinig efficiënt. Dat treft! Ik ben dat ook niet!

Ik wijk alweer af, want we gingen een cursus volgen. We beginnen met de basisregel, herinner je je die nog? Ja? Nee?

Dat is niet erg. Ik kan mij ook nooit iets herinneren. Ik herbekeek bij mijn vriendin/knuffelcontact de finale van de Slimste Mens en ik had de aflevering dus de dag ervòòr gezien en ik wist de antwoorden al niet meer. Dus:

De basisregel was: je moet doen alsof.

Als je het makkelijker vindt om te onthouden, kan je ook altijd de kakapo erbij halen, de mascotte van mijn opleiding: you know, de vogel die niet kan vliegen. Oh, ik ben toch zo vaak een kakapo eigenlijk <3

Zijn jullie klaar voor alweer drie situaties die uit het leven van jullie groepsleider gegrepen zijn? Nee? Jammer.

1. Zalando, my friend

Oké, stel. Je bestelt op Zalando: klikkerdeklik en tegen dat het aankomt vind je de helft alweer lelijk, en van de andere helft past de helft niet en dus houd je daarvan nog een halfje. Dat is wiskunde voor vergevorderden (ik zeg het, ik snap mezelf vaak niet) en je stuurt je pakket dus terug. Hup naar het postkantoor daarmee, hup dat pakket op de andere tien dozen. Komt de postbode een paar dagen later bij je aanbellen: ‘Hallo, een pakketje voor Kelly, van Kelly!’
Wat doe je?
‘Ah hallo, bedankt voor mijn pakketje! Van mezelf! Haha! Nieuwe trend!’
Je negeert dat je geen pakketje verwacht en dat dit je kleding is dat je wou terugsturen. En ook dat je dus het Zalando-etiket op je pakket vergat te kleven en je dus je pakket naar jezelf terugstuurde. Absoluut #selflove, #tweedehandstweedekans.

2. De Zwabberende Plakkousen

Recht uit een album van Jommeke! Professor Gobelina staat altijd paraat!!! Dus, je weet wel, je draagt plakkousen. Daarmee bedoel ik: voor één keer geen panty’s waar je je borsten eigenlijk ook onmiddellijk zou kunnen inproppen (geprobeerd) maar twee afzonderlijke panty’s die rond je bovenbenen plakken en die al je cellulite fantastisch accentueren. DEDIE!
Ik droeg die dus, en ze waren mij wat te groot. Dat gaf niet, beter te groot dan te klein – behalve in groepsleiders. Dàcht ik! Oké, ik ging ermee naar de bibliotheek en ik ging eigenlijk mijn boek droppen in de inzamelbus. De bib is verhuisd (ergste nieuws van 2020) en ik snapte de nieuwe inzamelbus niet. Mijn boek paste er maar niet in: hopelijk hangen er daar geen camera’s. Ik voelde mijn kous al afzakken. Fuck you, plakkous. Ik trok hem op en stapte naar binnen. En toen zakte de kous opnieuw. Centimeter per centimeter. Tot hij, eens ik bij de inzamelkast was, tot op mijn schoen ging. Verlept. Als oud koffiegruis. Een dode kous. Een overreden rat. Beter kan ik het niet uitleggen.
Oké, wat doe je dan?
Schouders ophalen, met die kous tot op je schoen recht als een speer naar buiten wandelen om daar in de auto diezelfde kous aan halve flarden te trekken. Eens overdreven tuuten naar de meneer in zijn dikke BMW die niet aan de kant gaat. Je parkeerskills verliezen omdat je kwaad bent en nog veel kwader worden op alles, iedereen en vooral op FUCKING PLAKKOUSEN. Zo los je dingen op een volwassen manier op!

3. Adressen zijn ook maar relatief

Dat er veel pakketten besteld worden, daar schaam ik me al lang niet meer voor. Pakketschaamte is niet langer een ding. Op een dag bestelde ik snel snel tussendoor shampoo, op een website waar ik nog nooit had besteld. Gek, dat ding kende mijn adres dus niet uit zijn hoofd. Ik moest het dus nog invullen. Prima. De volgende dag al geleverd was de belofte: kreeg ik inderdaad een mailtje van de vrienden van PostNL. Ik schat dan altijd op voorhand in wie de bezorger zal zijn en dan loop ik als een zot naar beneden om te kijken wie het is, maar meestal is hij dan alweer weggereden. De fuckers. Terzijde!

De dag van de levering ben ik aan het werk en krijg ik telefoon – op mijn privételefoon dus.
‘Ja hallo ’t is hier met Filip!’
Ik ken geen Filip. Tenzij Filip van de frituur, en ik denk niet dat Filip van de frituur mij gaat bellen. Allez, een mens weet nooit, maar wat is de kans hè?
‘Euh, ja dag Filip?’
‘Awelja ’t is hier van nummerke 52!’
‘Aha!’
‘Ahja ze hebben uw pakketje hier afgezet hé!’
‘AHA!’
‘Ahja kdacht kga nekeer bellen naar Kelly, uwe naam en uwe nummer staat hierop. Ist goed? Gade het komen halen? We zijn ALTIJD thuis. De groetjes hé seg.’

Ik dacht: die dommeriken van PostNL! Hoe is het mogelijk! Ik woon toch niet op 52! En toen keek ik mijn mail na: had ik verteld dat ik op nummer 52 woon. Tja, dan woon ik daar hè. Dus ik, ’s middags, huppeldepup naar Filip. Eerst nog even op Google Maps checken waar nummer 52 is – zo goed ken ik mijn straat. Ik bel aan, blijkt Filip ook een vrouw te hebben.
En dan – kijken of jullie goed aan het opletten zijn – moet je volgens mijn regel uiteraard …? Doen alsof!
‘Ja sorry hé, er is iets fout gegaan bij postNL en …’
En dan krijg je een blik terug die zegt: ‘mij maak je niets wijs, maar het is allemaal goed.’ De vrouw van Filip blijkt al even schattig te zijn als Filip zelf en glimlacht. ‘Zolang het maar terechtkomt hè.’
En dan ging ik zo terug met mijn pakketje, en dacht ik: er valt toch niet te doen alsof, hoe onnozel is dat eigenlijk. Ik verander mijn regel. Mijn regel is voortaan:

Wees een kakapo.

Niet kunnen vliegen is cool. Zeg maar dat ik het gezegd heb.

Daarnaast: de kakapo is voortaan mijn nieuwe alter ego. Zo ver is ’t al gekomen. Maar nu niet voor ’t een of ’t ander: toch wel een megaschattige vogel hè?

The grande Kelly finale van 2020 in podcast en film

Mijn excuses voor de vreemde titel maar een mens moet wat hè. De beste podcasts en films van 2020? Ja, klopt niet: bijna niets van mijn lijst is uitgebracht in 2020. De beste films en podcasts die ik zag en luisterde in 2020? Ja, een beetje saai hè, dat past niet bij mij. DUS, klaar voor the grande Kelly finale? Ik vertel jullie mijn lijst van de meest betoverende en beklijvende podcasts en films. Boeken doe ik al, dus daarvoor verwijs ik je door.

Films

Bin Jip

Ik ben totaal geen filmkenner. Ik kijk wat Canvas mij voorschotelt, want ik veronderstel dat zij wel kenner zijn. Een pareltje dit jaar was Bin Jip. Zuid-Koreaans en zo zo mooi. Een man verblijft in leegstaande huizen waar hij niets steelt maar in ruil voor het verblijf wat dingen repareert of de was doet. Dat gaat goed tot hij denkt in een leeg, luxueus huis te zijn maar verblijft in huis met een vrouw die mishandeld wordt door haar echtgenoot. Ze zeggen de hele film lang geen enkel woord tegen elkaar. De regisseur: “De meeste tijd zien we geen films, maar horen we ze.”

Call me by your name

Ik las het boek (zo schoon) en keek daarna de film (zo schoon). Een coming-of-age verhaal van meer dan een eerste vakantieliefde in een zomerhuis in Italië. Elk jaar verblijft Elio, 17, met zijn ouders in Italië en komt er een studiegast logeren. Dit jaar is dat Oliver. Er start een zomer die begint met irritatie maar eigenlijk bol staat van de aantrekking, heel eenvoudig gebracht. Poëtisch, hoe ze rond elkaar draaien. Moet je zien!

Mar Adentro

Ahhh, deze zag ik deze zomer! Ken je dat, dat zo’n film direct doet terugdenken aan het gevoel van wanneer je die zag? Het seizoen, uw bruin tintje, de geur van uw zonnecrème en de zetel die aan uw vel plakte want ja zomer? Awelja misschien niet maar ik heb dat dus wel. Terzijde.
In Mar Adentro ligt Ramón al jaren verlamd in het ziekenhuisbed van zijn familie en kijkt zijn raam uit op de zee: ooit zijn ultieme vrijheid, tegelijk de oorzaak van zijn verlamming. Mar adentro: de zee binnenin. Aha, jawel! Ramón wil trouwens ook euthansie. Deel van de film, maar niet alles. Er zijn twee vrouwen in zijn leven: Rosa, die vindt dat het leven altijd zin heeft, en Julia, die zelf aan een ziekte lijdt. Ze hebben allebei een andere mening en een ander leven, en ook de Spaanse regering denkt er allemaal het hare van.

Beautiful Boy

Prachtige film van de Belgische regisseur Felix Van Groeningen. Timothée Chalamet van Call me by your name is hier nog eens: ik zou zeggen hou die in het oog, maar hij ís er al. Beautiful Boy is een drama, sterk en oprecht, over een vader die zijn kind ziet struggelen met een drugsverslaving. Opnames, emotionele manipulatie. Niet weten wat je daar mee aanvangt, toch graag zien, niet weten of je daar goed mee doet. Kwaad zijn. Lief zijn. Niet kunnen helpen en machteloos zijn. Heel sterke rollen, wauw. Te zien op Canvas en volgens mij ook op Amazon Prime.

Podcasts

Bob

Het was de allereerste podcast die ik luisterde. Ik hou van verhalende podcasts, zoveel. Van audiocollectief SCHIK – zij zijn heel goed. Ik denk ook niet dat je Bob kan luisteren en niet van podcasts kan beginnen houden. Samen met Elisa ga je op zoek naar wie Bob is en zit je mee in dat kamertje in het rusthuis, in haar leven, op onderzoek. Bob is geen campagne voor alcohol achter ’t stuur meer, maar absoluut Bob van Elisa.

El Tarangu

Na Bob dacht ik: nu is ’t om zeep, ik heb het beste gezien. Doomed. Toen luisterde ik El Tarangu. Ik dacht eerst: fuck, ’t is met wielrennen, da’s het stomste van het stomste. Ik heb daar degouts van, dat komt omdat die altijd in mijne weg rijden, omdat ik het niet begrijp en ik fietsen HAAT. En nu hè, nu weet ik wat demarreren is! Zeer boeiend allemaal, of eigenlijk totaal niet, want het gaat vooral over iemand die eigenlijk dood hoort te zijn en opeens opduikt in een restaurant en DAT jongens, dat vind ik gigantisch fascinerend. Een beetje een mindgame, en dat dan nog eens in Spaanse sferen. Zo zomers. (Luister het misschien in de zomer van 2021 – ik vind dat je zomerdingen in de zomer moet luisteren of lezen).

De brand in het landhuis

Spraakmakend en met loooots of drama. De pageturner van de podcast. Meneer Marggraf komt om het leven bij – oh my god – de brand in zijn landhuis en zijn geld en zijn schilderijen zijn daarbij ook spoorloos verdwenen. Jawel, spannend hè. Mooie zijtakken aan het verhaal: die oude, o zo kwade meneer van het landhuis bleef mij maar verbazen. De wereld is boosaardig, maar soms toch ook niet. Of wel. Hehe.

Drie dagen

De podcasts die ik enkele weken geleden luisterde en bleef hangen. Er is ook een boek van: Als je wieg op drijfzand staat. Mijn hart gaat altijd uit naar al wie geboren wordt in gezinnen waar het niet veilig is, die opgroeien in chaos. Dat was ook zo voor Elvire, die zo wankel leeft dat ze psychisch lijdt en euthanasie wil. Het lijkt eerst vrij duidelijk te zijn waarom, maar langzaam kom je meer te weten. Kleine kanttekening voor mij is dat de makers al vaak “ja maar” dachten en dat ik dat graag uitgewerkt had gezien.

Ik ontdekte dus de podcast en ter info (omdat ik het niet kan laten uiteraaaard) ook nog wat ik niet of minder goed vond:

  • Het Oord: ik hoorde het acteren erdoor
  • De Kasteelmoord: best oké want uit mijn buurt en het fascineerde mij om het dialect van hier te horen “Mo twas den dokteur é seg” maar verder nogal droog gebracht, weinig gespeeld met geluid
  • De Volksjury: leuk concept want ’t zal wel zijn dat wij het beter weten dan de rechtbank enal, maar ik ben dus geen fan van de twee vrouwen die het presenteren. Ik heb echt geen interesse in hun millennialwereldreizen
  • Lotte gaat diep: aub, met om de vijf minuten die mnm-ringle daardoor. Verder mocht dat nu toch veel dieper, nee? Allez.

Wat als we Kerstmis 2020 toch konden vieren? Een scenario met kalkoen en vleermuis

Ik heb de toekomst voorspeld. Het is echt geen grap. Het zit zo: ik heb een oud schrijfsel teruggevonden van mezelf. Ergens eind vorig jaar schreef ik immers dit:

Weet je wat het is met oudejaarsavond? Elk jaar hebben we al hetzelfde gedacht: te druk. Bij mezelf dacht ik: ik ga de mens uitmoorden. Op het plein voor het vuurwerk: mensenmassa. In een café: mensenmassa. Ergens op straat: mensenmassa. In de supermarkt, de dag voor oudejaarsavond: mensenmassa. Ze zouden het moeten afschaffen. Gewoon, beslissing van de regering: vanaf 2020 doen we niet meer aan oudejaar. 

WAT WAS IK AAN HET DENKEN? Ik weet het ook niet. Dat de mens uitgemoord mag worden, tot daaraan toe, maar oudejaar afschaffen? Dat doen we toch niet?

Mijn excuses dus, dat 2020 zo is uitgedraaid. Ik had het nu ook weer niet zo extreem bedoeld! Altijd overdrijven hè ik, in plaats van enkel thuisblijven op 31 december 2020 werd het bijna een volledig jaar aan opsluiting en aan het absoluut mijden van welke mensenmassa dan ook: alleen in winkelstraten en in supermarkten mogen we in elkaars nek ademen. Tja, ik kan er wat van! Ik zei het al eens: ik ben te boeken op madamekelly.be, maar ik durf het zelf niet in te tikken op Google. Volgens mij geeft dat vreemde resultaten.

Nu, we kunnen wel klagen dat we nog eens willen feesten (please) en dat we toch alstublieft kerst willen vieren met la familia, maar natuurlijk willen we dat niet. We mogen blij en vereerd zijn dat miss rona nog steeds in ons midden is, want dat betekent dat we een hoop awkwardness gewoon kunnen overslaan dit jaar. Stel je voor dat er al massaal gevacinneerd was geweest, dan hadden we kerstavond gewoon zoals gewoonlijk kunnen vieren en dan had onderstaand scenario misschien wel realiteit kunnen zijn.


Nonkel Alain doet de deur open in een kersttrui met twee kerstbollen als tepels.
‘Allez zeg, krijg ik al geen kus meer van u?’ En dan wordt het gevaarlijk want nonkel Alain wil niet één kus zoals hij eigenlijk heeft aangegeven maar DRIE kussen en voor je het weet raak je verstrikt in een gevecht van ‘ah oei sorry!’ en ‘ahja altijd drie hè jong!’ en wil je eigenlijk liever kalkoen zijn. De eerste fout van de avond is al gemaakt. Bovendien ruikt nonkel Alain naar dode vleermuis.

Je schuifelt naar binnen op je stiletto’s en komt tante Rita tegen, echtgenote van nonkel Alain. Ze heeft kerstavond dit jaar georganiseerd in het befaamde rotatiesysteem binnen de familie. Haar hals ziet bloedrood van de stress en sinds Marc Van Ranst op televisie kwam vertellen dat ‘familiebijeenkomsten weer zijn toegestaan’ krijgt ze vapeurs bij elke referentie naar de heer Van Ranst. Ze heeft ook al meermaals *erotische* dromen gehad over de viroloog, maar dat durft ze niet te vertellen.

De familie heeft zich inmiddels al verzameld en als je voorzichtig naast bomma Yvonne gaat zitten, schelt tante Rita: ”Mijne living is niet aangepast aan al dat volk hier hè!’ en als je toastje kruimelt op de zetel ‘PAS OP GE MAAKT VLEKKEN! Ja, dat gaat er niet meer uit.’
Nonkel Jos is aanwezig zonder tante Francine, want ze zijn recent gescheiden. Net als je hem wil vragen hoe het gaat, vraagt bomma Yvonne aan niemand in het bijzonder: ‘zeg awel, waar is Francinetje?’
Jos zegt dat hij frisse lucht nodig heeft. De living is stil. ‘Ja ja’, vindt bomma Yvonne. Ze denkt dat ze iets belangrijks vergeten is. Ze vermoedt haar valse tanden, maar tegenwoordig weet ze niets meer zeker. Tante Rita weet dat maar één ding stiltes kan oplossen en dat is meer cava. Ze gaat met de fles rond en kijkt terwijl Alain indringend in de ogen, zodat hij beseft dat hij eens iets kan doen in plaats van te zitten wippen op zijn stoel.

Als er wordt rondgegaan met de amusehapjes, ruik je opnieuw de geur van dode vleermuis. Je vermoedt wel dat in de amuse geen vleermuizenvlees zit – al weet je dat ook niet helemaal zeker, want je hebt het eigenlijk nog nooit geproefd. En of het dan eerder zoet of pikant zou smaken, zo’n vleermuis? Misschien dat je voor de zekerheid nog even aan tante Rita vraagt of ze geen vleermuis in de kroketten heeft gedraaid. Het zou je niet eens verwonderen mocht je familie een nieuwe pandemie starten: twee jaar geleden zat er een stuk teen van nonkel Alain in het kalfsgebraad. Niemand heeft ooit begrepen hoe dat is gebeurd.
Nonkel Jos vraagt zich intussen luidop af wanneer het dan tijd is voor secret santa. ‘Na het dessert’, wil je net zeggen, maar iedereen is het er over eens dat het nu moet. Tante Rita bleek jouw secret santa te zijn en het moment van de waarheid is aangebroken: als het cadeau stom is moet je toch enthousiast doen, en als het werkelijk leuk is ga je denken: ‘zorgen dat je echt enthousiast bent en dat het niet lijkt ALSOF’. Je krijgt een kalender 2021 van katten. Je bent allergisch aan katten. ‘Merci tante Rita! Tof hè, die katten, en ook elke maand een andere zeg!’

Na de hapjes heeft tante Rita kalkoen voorzien. ‘Eindelijk’, denk je, ‘kroketten!’. Je schuift je stoel naar voren en verwacht de kom met gefrituurd goud, maar dan zegt tante Rita: ‘voor de verandering heb ik eens gebakken patatjes gemaakt. In de oven, gezond hè!’. Krokettendroom weg en die teleurstelling valt onmogelijk te verwerken. Bovendien heeft nonkel Alain je opnieuw in de gaten gekregen. ‘EN, hebt ge nog geen lief? Een vàst lief? Want ge zult wel ene hebben, maar die zult ge niet meebrengen hè vanavond hahaha?’ En die kalkoen ligt daar dan suggestief op tafel, en dan nog wil je liever kalkoen zijn. De wangen van nonkel Alain zijn inmiddels zo rood als zijn wijn. Hij was secret santa van tante Rita en gaf haar een mixer. ‘Maar net voor jullie kwamen kreeg ze ook een schoon setje lingerie cadeau van mij. Ze moeten verwend worden hè!’
‘Maar enfin Alain, dat vertelt ge toch niet aan de mensen!’

Iemand neuriet al de hele avond Let it snow, maar je weet niet wie. Intussen vraagt nonkel Jos nog een extra stuk gevulde kalkoen, maar jij vindt dat er iets een bijzondere smaak heeft. Je polst nog even bij tante Rita.
‘O ja, er zit iets nieuws in van bij de Chinees. Lekker hè?’
‘Wàt zeg je nu?’
‘Kippenlever, van bij de Chinees. Is het weer niet goed genoeg voor u misschien?’

Tegen het dessert heb je gegoogeld ‘desert island price’ en zijn nonkel Jos en nonkel Alain in een hevig conflict verwikkeld over de aanpak van Marc Van Ranst. ‘Ik wil niet strijden, maar …’ Tante Rita wuift zich intussen koelte toe met haar serviette en is een half uur lang zoek. Je eet een paar zeepaardjes bij de koffie en je vindt zeepaardjes niet eens lekker: het begin van het einde. Ook nonkel Jos vraagt zich nu vol ongeloof af waarom jij nog geen lief hebt kunnen versieren en geeft je wat advies, want daar heb je natuurlijk al de hele avond om gesmeekt.
‘Je moet vooral niet te veel zoeken. Het komt als je het niet verwacht.’
Je knikt, want nonkel Jos bedoelt het goed. Tante Rita sluit zich ook aan, want Alain is verwikkeld geraakt in iets over wijnkennis en hij is net aan het vertellen dat chateaubriand heel kruidig en soepel smaakt en daarom zijn favoriete rode wijn is. Hij had die briand ergens gelezen, en chateaus zijn altijd wijnen. Dat weet iedereen.
Nadat tante Rita heeft vermeld dat je ‘vooral niet te hoge eisen mag hebben’, lijkt het je tijd om te vertrekken. Je doet je jas aan en neemt nog één zeepaardje. Tante Rita wil daarover toch nog iets opmerken, maar nonkel Jos gaat rechtstaan: ‘Rita.’
Bij het buitenstappen krijg je een schouderklopje van nonkel Jos en geef je ééntje terug.
‘Nonkel Alain heeft een vleermuis als huisdier. Tegen niemand zeggen hè.’


Disclaimer: dit is uiteraard gebaseerd op mijn fantasie (en op reclamespotjes). Marc Van Ranst heeft niet gezegd dat familiebijeenkomsten zijn toegestaan. Dat is goed nieuws voor tante Rita. Ze zal het nooit weten, maar 2020 redde haar van een beroerte en zorgt ervoor dat ze zich nog zeventwintig jaar langer zal kunnen ergeren aan haar echtgenoot Alain. Niemand zal ooit weten wat Rita daar eigenlijk van vindt.

11 november: gehoorgangen, afhaalrestaurant en octopussen

November, het klinkt eigenlijk als een ellendige maand: de herfstsfeer is er nog maar dooft ook al wat uit. Bij mij toch: tof die kaarsen en dekentjes en chocomelkjes maar allez, waar is mijn zwembad eigenlijk? Anyway, de laatste maand van 2020 is wel gestart en ik moet zeggen: I LOVED 2020! Topjaar! Ik meen dat.

Ik had ook wel eens iets voor deze maand, en het had met mijn oren te maken. Het zal weer eens niet dat het iets raars is! Ik had een oorontsteking, voor de allereerste keer in mijn leven. Vroeger was ik altijd jaloers op kinderen die om de haverklap bloedneuzen hadden (want oh drama en theater, bloed!), maar dus ook op kinderen met oorontstekingen. Die gingen dan altijd buisjes laten inplanten, en ik had hoofdpijn! Dat was niet operabel. Ik was saai.

Ik had een oorontsteking, aan de buitenkant van mijn oor. Een gehoorgangontsteking heet dat blijkbaar. Ik moest er druppels in doen. Allemaal goed en wel, maar toen begon hetzelfde ook aan mijn ander oor, uiteraard de dag nadat ik bij de dokter was geweest, en dubbel zo erg als aan het eerste oor. Ik hoorde slecht omdat mijn oor gezwollen zat en ik voelde de ontsteking tot in mijn tong (eindelijk kon ik dus van je theater doen dus dat deed ik graag met overgave), en toen moest ik antibiotica nemen. Ik doe niet aan allergieën (ook al niet! Dat komt omdat ik het omgekeerde heb van smetvrees) dus ik smakte die antibiotica vrolijk naar binnen, en de ontstekingen verdwenen.
En toen. Toen was de antibiotica op, en dacht de ontsteking: HIER BEN IK WEER! IK KOM MIJN 26-JARIGE SCHADE INHALEN! Ik ging dus terug naar de huisdokter en dat lees je goed, dat was voor de derde keer in één maand. Die van mijn mutualiteit denken wellicht dat ze binnenkort mijn doodsbrief zullen ontvangen. Ze gaf mij een doos met uitgebreidere antibiotica en die heb ik dus net ook vrolijk met yoghurt volledig verorberd. We’ll see, ik dénk dat mijn oor zonet plopte, maar misschien word ik wel gewoon gek.

Gezien we nog steeds nergens naartoe mogen behalve naar Wintergloeden waar tienduizend man samentroept, deed ik twee keer aan afhaalrestaurantje. Ik nodigde mijn knuffelvriendin uit (die ik niet knuffel, want ik doe niet aan knuffelen) voor een diner. Ik at ook uit een brunchbox, waarbij de wafels en de croissants nog even in de oven moesten en ik opeens opmerkte dat het wel heel erg naar cheddarwafel rook en ze maar lichtjes aangebrand waren. Daarna stak ik eigenhandig een deken in brand tijdens het opzetten van de kerstboom. Ik had eerst van dat deken een outfit gemaakt, want dat leek me wel in de kerstsfeer te passen, en dartelde er wat mee rond. You know, ik vond mezelf weer grappig. Daarna vond ik het genoeg en deed ik het deken uit, en legde ik het op een kaars. Als mijn vriendin het niet had ontdekt, was ik nu overleden in een woningbrand. RIP.

De kerstboom, die zag er wel mooi uit. Ook ik heb al een boompje gezet, ondanks mijn afkeer voor kerst. Ik zong tijdens het opzetten mee: “it’s the most awful time of the year”, excuses aan alle kerstliefhebbers hier want ik ga even zeggen dat Kelly the Grinch Kerstmis en Nieuwjaar haat. Ik begrijp het niet? Kersttruien en je familie die je één keer per jaar ziet drié kussen geven JA BESTE WENSEN HE (ik weet niet wat ik u in godsnaam moet wensen) en slechte hapkes en vurte cava om 11 uur ’s morgens. Het enige wat ik tof vind: kroketten. Alles voor kroketten.
Anyway, terug naar mijn kerstboom: omstaanders vinden dat er in mijn boompje ook kerstballen zouden moeten, maar daar ben ik nog niet helemaal aan uit.

Tv-kijken deed ik weinig, het is te zeggen: er zat weinig diversiteit in. Ik begon met This is us, en ondanks dat het op het randje van melig balanceert vind ik het leuk! Dat ik Milo Ventimiglia knap vind doet er echt totaal niet toe hoor. Ik stel alleen voor dat ze nog vaak gaan zwemmen daar. Ik vind het dus goed, en inderdaad soms richting het melige maar het is wel verrassend en oprecht genoeg. Ik vind Sofia wel vreselijk, voor al wie kijkt, ze acteert alsof ze recht uit een slechte kerstfilm komt. Ik verklaar mij niet nader. Ik keek verder enkel nog naar Down the Road dat weer startte! Ik ben blij om Martijn weer te zien want hij was mijn favoriet van dat jaar, maar verder mis ik in elk opzicht de groep van vorig jaar. Ik vond die zo tof, ik heb toen zo hard gelachen om ja, alles eigenlijk.
En o ja, ik keek naar The Octopus Teacher! Hoe kon ik dit bijna vergeten: het is een prachtige film en tja, het gaat weer over een dier. Mijn fascinatie voor octopussen is er alleen maar groter op geworden. Zo’n ongelooflijk dier, heel mooi in beeld gebracht, maar het ging lang niet alleen daarover. Het ging ook wel over hoe de filmmaker (de Zuid-Afrikaan Craig Foster) onderdeel wordt van iets meer, begint te denken als de octopus – dat klinkt allemaal zeer vreemd, maar trust me, als ik zeg dat iets goed is dan is het ook goed. KIJKEN EN BLEITEN! (Meteen mijn tweede slagzin om op T-shirts te laten drukken, na #don’tbeaFemke)

Als we het dan toch verder over dieren hebben: ik heb vooral veel foto’s van Jane gemaakt deze maand. Goed toch dat ik niet persé een grote kerstboom hoef te zetten, want Jane is echt zo’n kat die van in mijn slaapkamer recht die boom in klautert en dan ergens op driekwart de boom vast blijft zitten en dan verwacht dat ik de brandweer zou bellen, want zo’n diva is ze ook wel weer. Niet JIJ, ik wil een knappe brandweerman. Ze was één keer heel flink, dat was toen ze bij mijn mama op de schoot heel flink haar nagels liet knippen. Verder is ze op dieet, en al wie aan diëten doet is in principe nogal onhebbelijk. Het is niet waar (dat van het diëten wel): Jane is lief, tijdens mijn werk komt ze vaak gewoon hallo zeggen met haar pootje op mijn been en ligt ze graag OP mijn papieren, en is ze eigenlijk altijd wel in mijn buurt.

I own this
WAT doe jij???
te dik of haar? wie zal het zeggen
waar is mijn kleine kat naartoe??

Ik was wel blij met het schoon weer van vorige week! Ik voelde mij dikwijls een prositituee met veel kleren aan toen ik voor mijn raam ging zitten in de zon. In november zwaaiden we ook Martine Tanghe uit: nieuwsanker en vertelicoon in haar prachtig Nederlands.
Verder dronk ik lekkere wijn en dacht ik: ah, meer moet dat toch niet zijn eigenlijk, zo in november.

Gelezen (10): buiten, binnen en alles daartussen

Het is al van 30 augustus geleden dat ik een lijstje maakte van de boeken die ik las! Dat was nog van de goeie tijd dat ik in mijn titel kon schrijven dat ik mijn boeken las in tuintjes en op stranden. Ik zie mij nog zo liggen, op een strand in Zuid-Frankrijk, en aan de rand van het zwembad hangen, en oh, ’t was zo fantastisch allemaal dat ik het ene boek toeklapte en het andere alweer opende. Enfin, in de zomer zit ik op terrasjes en lees ik duizend boeken, in de winter (ja, zeker al winter, de bladeren zijn al af de bomen) vind ik lezen minder leuk.

We gaan even terug in de tijd, naar toen ik nog blauwe nagellak droeg in plaats van bordeaurode, want toen las ik Het Gouden Ei van Tim Krabbé. De nagellak is een fait divers, dat staat los van dat ei.

Enfin, het gouden ei kocht ik in de kringloopwinkel. Het boek hè, er zijn geen eieren te koop in de kringloopwinkel. Misschien wel van die beschilderde eieren, want er zijn heel rare dingen te koop in de kringloopwinkel, maar geen verse broedeieren van de kip. Het zou ook wel heel bijzonder zijn mocht de kip van buurvrouw Germaine een gouden ei broeden. Ik denk persoonlijk ook niet dat ze dat gouden ei dan zou afgeven in de kringloopwinkel, ‘hier, een gouden ei, ik moet het niet hebben?’. Het zou zeer nobel zijn alleszins. Goed, dat terzijde. De kringloopwinkel verkocht wel Het Gouden Ei van Tim Krabbé. Ik kende dat boek als “een klassieker!”, maar ik had het nog nooit gelezen. Waarover het gaat? Wel, bij Shirleys laatste boekenblog las ik dat ze officiële korte inhoud ook meegaf, en ik vond dat zeer slim. Uitmuntend! Ze krijgt van mij de nobelprijs voor de literatuur daarvoor.

voor Shirley, van Kelly

Hier gaan we:

Rex stond weer op en liep naar de auto. Hij pakte het polaroidtoestel uit Saskia’s mand en maakte een foto van het benzinestation. Een grapje voor zo meteen, maar hij zag ook de blikken al voor zich die kennissen, Saskia en hijzelf elkaar nog jaren later zouden toewerpen als ze het onderschrift in het album zagen: total-tankstation met daarin Saskia, enkele minuten voordat zij voor het eerst op de Autoroute zal chaufferen. De foto aan een punt houdend keek hij hoe het total-station en de geparkeerde auto’s, haast of ze even leefden, uit de chemicaliën opdoemden.

Wat weten we daar nu weer mee? Niets! Er wordt een stuk van het boek geciteerd! Tot daar de regel van de korte inhoud! Oké, dan doe ik het toch maar snel zelf: een vrouw raakt vermist langs de snelweg, en haar vriend raakt het spoor volledig kwijt. Willen jullie nu ook nog mijn mening?

Ik weet er bijna niets meer van. Hebben we dat nu weer. NIETS GAAT GOED MET DAT EI! Eerst hebben we het over de kip van buurvrouw Germaine, dan over de nobelprijs voor literatuur, dan gaat het ineens over l’autoroute en nu weten we niets eens meer waar het over ging? Bedrog! Regelrechte afzetterij van tijd!

O, wat is schrijven toch leuk! Oké, ‘het gouden ei’ is een psychologisch verhaaltje (thanks Google) (nee echt dat weet ik nog) en je leest het in het perspectief van het slachtoffer, de dader, en de vriend van het slachtoffer. Het is een dun boekje, exact 97 pagina’s, en ik las het op een namiddag in de zon uit. Ik herinner me nog dat ik wat duizelig achterbleef, en ik uren later nog ‘ja maar’ dacht. Niet slecht, toch? Haal dat ei dus maar vanonder het stof (en breng het naar de kringloopwinkel, ter verrassing).

De avond is ongemak – Marieke Lucas Rijneveld

Het boek van het jaar, vind ik. Simpel. Eigenlijk van 2018, maar met die International Booker Prize en uiteraard omdat ik hem las, boek van 2020. Je moet ervan houden: het is hard, schrijnend, somber, fucked up. Het is de realiteit, ook wel. Ik vind dat dat mag beschreven worden. Moet.

‘De avond is ongemak’ van Marieke Lucas Rijneveld is het schrijnende verhaal van een gereformeerd boerengezin dat wordt getroffen door de dood van een kind. Door de ogen van Jas, die zich ophoudt in het niemandsland tussen kindertijd en volwassenheid, zien we hoe de familieleden elk op hun eigen manier omgaan met het verlies. Vader en moeder zijn volledig verlamd door verdriet en zien niet hoe Jas en haar zusje Hanna en haar broer Obbe ondertussen langzaam ontsporen. Het is een verbluffend romandebuut dat is doortrokken van seksualiteit, geloof en de smerigheid van het bestaan. 

Nu werkt het wel hè? Het boek is niet zo klassiek verhalend: het wordt chronologisch verteld en werkt zeker ergens naartoe, maar het is anders. Ik las het daarom traag, vaak hoofdstuk – even weg, later weer een hoofdstuk. De schrijver heeft een eigen stijl, wat poëtisch, vol metaforen. Sommige vond ik heerlijk (die jas is al een metafoor voor veel dingen, vind ik), maar naar het einde van het boek was het stilaan genoeg voor mij. Het blijft mij vooral bij dat er zo mooi, zo losjes en zo statig geschreven werd over wat er gaande is in dat gezin en hoe Jas zich voelt. De schuld die dat kind voelt, hoe die verwaarloosde kinderen elkaar overrompelen: wauw.

“Is dit ons oorspronkelijke bestaan, of wacht er ergens op aarde nog een ander leven dat net zo goed om ons heen past als mijn jas?”

Zoete zoete wraak bv – Jonas Jonasson

Het zorgvuldig opgebouwde leven van Victor Alderheim, een uitgekookte en succesvolle kunsthandelaar uit Stockholm, wordt op een dag volledig overhoop gegooid als hij te horen krijgt dat hij de vader van de zestienjarige Kevin is en voor hem moet zorgen. Victor was juist van plan om Jenny, de dochter van een galeriehouder, te trouwen – en weer te scheiden – om haar erfenis binnen te halen. In dat plaatje past geen buitenechtelijk kind en dus bedenkt hij een plan om van Kevin af te komen in de rimboe van Afrika als de jongen achttien wordt. Maar dat plan mislukt faliekant. Kevin wordt liefdevol door een medicijnman in zijn Masai-stam opgenomen. Vijf jaar later keert Kevin terug naar Zweden. Daar ontmoet hij Jenny, inmiddels Victors ex-vrouw. Allebei afgedankt bundelen ze hun krachten samen met het bedrijf Zoete Zoete Wraak bv om zich te wreken op de man die hun leven verwoest heeft…

Jonas Jonasson is de man van de ‘100-jarige man die uit het raam kroop en verdween’, en ik vond dat een goed boek. Ik vind de nuchtere schrijfstijl van de auteur leuk en wraak fascineert mij, daar wil ik zelf ooit wat over schrijven (omg primeur).

Er stelde zich wel een probleem: ik vond dit boek maar mwah. Ik moest af en toe eens lachen, maar het boeide mij ook weinig. Dat komt omdat de wraak in het boek niet gelaagd is: er zit weinig emotie in en daardoor mis ik dingen, ik wil meer motief dan ‘ik wil dat een ander lijdt want hij is een vervelend mens.’ De schrijfstijl van Jonas Jonasson vond ik nog steeds leuk maar waar bij de 100-jarige man je daar een heerlijk personage als Allan had (Allan was opportunist en hield van ontploffingen: Allan was mijn vriend), past die nuchtere stijl veel minder goed bij de personages. Tot zover mijn analyse: zoals altijd als ik een boek minder vind, vindt het internet het omgekeerde. ADUQ op bol.com vindt het hilarisch, maaaar Knack treedt mij wel bij en zegt zelfs dat Jonas Jonasson zijn eigen roman (de 100-jarige dus) vakkundig de nek om wringt. Ik zal bij Knack gaan werken.

Ik ben nu bezig in Grand Hotel Europa (tof boek, die mens kan schrijven) maar het is geen easy boekje dat ik zomaar efkes weglees.