Wat als we Kerstmis 2020 toch konden vieren? Een scenario met kalkoen en vleermuis

Ik heb de toekomst voorspeld. Het is echt geen grap. Het zit zo: ik heb een oud schrijfsel teruggevonden van mezelf. Ergens eind vorig jaar schreef ik immers dit:

Weet je wat het is met oudejaarsavond? Elk jaar hebben we al hetzelfde gedacht: te druk. Bij mezelf dacht ik: ik ga de mens uitmoorden. Op het plein voor het vuurwerk: mensenmassa. In een café: mensenmassa. Ergens op straat: mensenmassa. In de supermarkt, de dag voor oudejaarsavond: mensenmassa. Ze zouden het moeten afschaffen. Gewoon, beslissing van de regering: vanaf 2020 doen we niet meer aan oudejaar. 

WAT WAS IK AAN HET DENKEN? Ik weet het ook niet. Dat de mens uitgemoord mag worden, tot daaraan toe, maar oudejaar afschaffen? Dat doen we toch niet?

Mijn excuses dus, dat 2020 zo is uitgedraaid. Ik had het nu ook weer niet zo extreem bedoeld! Altijd overdrijven hè ik, in plaats van enkel thuisblijven op 31 december 2020 werd het bijna een volledig jaar aan opsluiting en aan het absoluut mijden van welke mensenmassa dan ook: alleen in winkelstraten en in supermarkten mogen we in elkaars nek ademen. Tja, ik kan er wat van! Ik zei het al eens: ik ben te boeken op madamekelly.be, maar ik durf het zelf niet in te tikken op Google. Volgens mij geeft dat vreemde resultaten.

Nu, we kunnen wel klagen dat we nog eens willen feesten (please) en dat we toch alstublieft kerst willen vieren met la familia, maar natuurlijk willen we dat niet. We mogen blij en vereerd zijn dat miss rona nog steeds in ons midden is, want dat betekent dat we een hoop awkwardness gewoon kunnen overslaan dit jaar. Stel je voor dat er al massaal gevacinneerd was geweest, dan hadden we kerstavond gewoon zoals gewoonlijk kunnen vieren en dan had onderstaand scenario misschien wel realiteit kunnen zijn.


Nonkel Alain doet de deur open in een kersttrui met twee kerstbollen als tepels.
‘Allez zeg, krijg ik al geen kus meer van u?’ En dan wordt het gevaarlijk want nonkel Alain wil niet één kus zoals hij eigenlijk heeft aangegeven maar DRIE kussen en voor je het weet raak je verstrikt in een gevecht van ‘ah oei sorry!’ en ‘ahja altijd drie hè jong!’ en wil je eigenlijk liever kalkoen zijn. De eerste fout van de avond is al gemaakt. Bovendien ruikt nonkel Alain naar dode vleermuis.

Je schuifelt naar binnen op je stiletto’s en komt tante Rita tegen, echtgenote van nonkel Alain. Ze heeft kerstavond dit jaar georganiseerd in het befaamde rotatiesysteem binnen de familie. Haar hals ziet bloedrood van de stress en sinds Marc Van Ranst op televisie kwam vertellen dat ‘familiebijeenkomsten weer zijn toegestaan’ krijgt ze vapeurs bij elke referentie naar de heer Van Ranst. Ze heeft ook al meermaals *erotische* dromen gehad over de viroloog, maar dat durft ze niet te vertellen.

De familie heeft zich inmiddels al verzameld en als je voorzichtig naast bomma Yvonne gaat zitten, schelt tante Rita: ”Mijne living is niet aangepast aan al dat volk hier hè!’ en als je toastje kruimelt op de zetel ‘PAS OP GE MAAKT VLEKKEN! Ja, dat gaat er niet meer uit.’
Nonkel Jos is aanwezig zonder tante Francine, want ze zijn recent gescheiden. Net als je hem wil vragen hoe het gaat, vraagt bomma Yvonne aan niemand in het bijzonder: ‘zeg awel, waar is Francinetje?’
Jos zegt dat hij frisse lucht nodig heeft. De living is stil. ‘Ja ja’, vindt bomma Yvonne. Ze denkt dat ze iets belangrijks vergeten is. Ze vermoedt haar valse tanden, maar tegenwoordig weet ze niets meer zeker. Tante Rita weet dat maar één ding stiltes kan oplossen en dat is meer cava. Ze gaat met de fles rond en kijkt terwijl Alain indringend in de ogen, zodat hij beseft dat hij eens iets kan doen in plaats van te zitten wippen op zijn stoel.

Als er wordt rondgegaan met de amusehapjes, ruik je opnieuw de geur van dode vleermuis. Je vermoedt wel dat in de amuse geen vleermuizenvlees zit – al weet je dat ook niet helemaal zeker, want je hebt het eigenlijk nog nooit geproefd. En of het dan eerder zoet of pikant zou smaken, zo’n vleermuis? Misschien dat je voor de zekerheid nog even aan tante Rita vraagt of ze geen vleermuis in de kroketten heeft gedraaid. Het zou je niet eens verwonderen mocht je familie een nieuwe pandemie starten: twee jaar geleden zat er een stuk teen van nonkel Alain in het kalfsgebraad. Niemand heeft ooit begrepen hoe dat is gebeurd.
Nonkel Jos vraagt zich intussen luidop af wanneer het dan tijd is voor secret santa. ‘Na het dessert’, wil je net zeggen, maar iedereen is het er over eens dat het nu moet. Tante Rita bleek jouw secret santa te zijn en het moment van de waarheid is aangebroken: als het cadeau stom is moet je toch enthousiast doen, en als het werkelijk leuk is ga je denken: ‘zorgen dat je echt enthousiast bent en dat het niet lijkt ALSOF’. Je krijgt een kalender 2021 van katten. Je bent allergisch aan katten. ‘Merci tante Rita! Tof hè, die katten, en ook elke maand een andere zeg!’

Na de hapjes heeft tante Rita kalkoen voorzien. ‘Eindelijk’, denk je, ‘kroketten!’. Je schuift je stoel naar voren en verwacht de kom met gefrituurd goud, maar dan zegt tante Rita: ‘voor de verandering heb ik eens gebakken patatjes gemaakt. In de oven, gezond hè!’. Krokettendroom weg en die teleurstelling valt onmogelijk te verwerken. Bovendien heeft nonkel Alain je opnieuw in de gaten gekregen. ‘EN, hebt ge nog geen lief? Een vàst lief? Want ge zult wel ene hebben, maar die zult ge niet meebrengen hè vanavond hahaha?’ En die kalkoen ligt daar dan suggestief op tafel, en dan nog wil je liever kalkoen zijn. De wangen van nonkel Alain zijn inmiddels zo rood als zijn wijn. Hij was secret santa van tante Rita en gaf haar een mixer. ‘Maar net voor jullie kwamen kreeg ze ook een schoon setje lingerie cadeau van mij. Ze moeten verwend worden hè!’
‘Maar enfin Alain, dat vertelt ge toch niet aan de mensen!’

Iemand neuriet al de hele avond Let it snow, maar je weet niet wie. Intussen vraagt nonkel Jos nog een extra stuk gevulde kalkoen, maar jij vindt dat er iets een bijzondere smaak heeft. Je polst nog even bij tante Rita.
‘O ja, er zit iets nieuws in van bij de Chinees. Lekker hè?’
‘Wàt zeg je nu?’
‘Kippenlever, van bij de Chinees. Is het weer niet goed genoeg voor u misschien?’

Tegen het dessert heb je gegoogeld ‘desert island price’ en zijn nonkel Jos en nonkel Alain in een hevig conflict verwikkeld over de aanpak van Marc Van Ranst. ‘Ik wil niet strijden, maar …’ Tante Rita wuift zich intussen koelte toe met haar serviette en is een half uur lang zoek. Je eet een paar zeepaardjes bij de koffie en je vindt zeepaardjes niet eens lekker: het begin van het einde. Ook nonkel Jos vraagt zich nu vol ongeloof af waarom jij nog geen lief hebt kunnen versieren en geeft je wat advies, want daar heb je natuurlijk al de hele avond om gesmeekt.
‘Je moet vooral niet te veel zoeken. Het komt als je het niet verwacht.’
Je knikt, want nonkel Jos bedoelt het goed. Tante Rita sluit zich ook aan, want Alain is verwikkeld geraakt in iets over wijnkennis en hij is net aan het vertellen dat chateaubriand heel kruidig en soepel smaakt en daarom zijn favoriete rode wijn is. Hij had die briand ergens gelezen, en chateaus zijn altijd wijnen. Dat weet iedereen.
Nadat tante Rita heeft vermeld dat je ‘vooral niet te hoge eisen mag hebben’, lijkt het je tijd om te vertrekken. Je doet je jas aan en neemt nog één zeepaardje. Tante Rita wil daarover toch nog iets opmerken, maar nonkel Jos gaat rechtstaan: ‘Rita.’
Bij het buitenstappen krijg je een schouderklopje van nonkel Jos en geef je ééntje terug.
‘Nonkel Alain heeft een vleermuis als huisdier. Tegen niemand zeggen hè.’


Disclaimer: dit is uiteraard gebaseerd op mijn fantasie (en op reclamespotjes). Marc Van Ranst heeft niet gezegd dat familiebijeenkomsten zijn toegestaan. Dat is goed nieuws voor tante Rita. Ze zal het nooit weten, maar 2020 redde haar van een beroerte en zorgt ervoor dat ze zich nog zeventwintig jaar langer zal kunnen ergeren aan haar echtgenoot Alain. Niemand zal ooit weten wat Rita daar eigenlijk van vindt.

11 november: gehoorgangen, afhaalrestaurant en octopussen

November, het klinkt eigenlijk als een ellendige maand: de herfstsfeer is er nog maar dooft ook al wat uit. Bij mij toch: tof die kaarsen en dekentjes en chocomelkjes maar allez, waar is mijn zwembad eigenlijk? Anyway, de laatste maand van 2020 is wel gestart en ik moet zeggen: I LOVED 2020! Topjaar! Ik meen dat.

Ik had ook wel eens iets voor deze maand, en het had met mijn oren te maken. Het zal weer eens niet dat het iets raars is! Ik had een oorontsteking, voor de allereerste keer in mijn leven. Vroeger was ik altijd jaloers op kinderen die om de haverklap bloedneuzen hadden (want oh drama en theater, bloed!), maar dus ook op kinderen met oorontstekingen. Die gingen dan altijd buisjes laten inplanten, en ik had hoofdpijn! Dat was niet operabel. Ik was saai.

Ik had een oorontsteking, aan de buitenkant van mijn oor. Een gehoorgangontsteking heet dat blijkbaar. Ik moest er druppels in doen. Allemaal goed en wel, maar toen begon hetzelfde ook aan mijn ander oor, uiteraard de dag nadat ik bij de dokter was geweest, en dubbel zo erg als aan het eerste oor. Ik hoorde slecht omdat mijn oor gezwollen zat en ik voelde de ontsteking tot in mijn tong (eindelijk kon ik dus van je theater doen dus dat deed ik graag met overgave), en toen moest ik antibiotica nemen. Ik doe niet aan allergieën (ook al niet! Dat komt omdat ik het omgekeerde heb van smetvrees) dus ik smakte die antibiotica vrolijk naar binnen, en de ontstekingen verdwenen.
En toen. Toen was de antibiotica op, en dacht de ontsteking: HIER BEN IK WEER! IK KOM MIJN 26-JARIGE SCHADE INHALEN! Ik ging dus terug naar de huisdokter en dat lees je goed, dat was voor de derde keer in één maand. Die van mijn mutualiteit denken wellicht dat ze binnenkort mijn doodsbrief zullen ontvangen. Ze gaf mij een doos met uitgebreidere antibiotica en die heb ik dus net ook vrolijk met yoghurt volledig verorberd. We’ll see, ik dénk dat mijn oor zonet plopte, maar misschien word ik wel gewoon gek.

Gezien we nog steeds nergens naartoe mogen behalve naar Wintergloeden waar tienduizend man samentroept, deed ik twee keer aan afhaalrestaurantje. Ik nodigde mijn knuffelvriendin uit (die ik niet knuffel, want ik doe niet aan knuffelen) voor een diner. Ik at ook uit een brunchbox, waarbij de wafels en de croissants nog even in de oven moesten en ik opeens opmerkte dat het wel heel erg naar cheddarwafel rook en ze maar lichtjes aangebrand waren. Daarna stak ik eigenhandig een deken in brand tijdens het opzetten van de kerstboom. Ik had eerst van dat deken een outfit gemaakt, want dat leek me wel in de kerstsfeer te passen, en dartelde er wat mee rond. You know, ik vond mezelf weer grappig. Daarna vond ik het genoeg en deed ik het deken uit, en legde ik het op een kaars. Als mijn vriendin het niet had ontdekt, was ik nu overleden in een woningbrand. RIP.

De kerstboom, die zag er wel mooi uit. Ook ik heb al een boompje gezet, ondanks mijn afkeer voor kerst. Ik zong tijdens het opzetten mee: “it’s the most awful time of the year”, excuses aan alle kerstliefhebbers hier want ik ga even zeggen dat Kelly the Grinch Kerstmis en Nieuwjaar haat. Ik begrijp het niet? Kersttruien en je familie die je één keer per jaar ziet drié kussen geven JA BESTE WENSEN HE (ik weet niet wat ik u in godsnaam moet wensen) en slechte hapkes en vurte cava om 11 uur ’s morgens. Het enige wat ik tof vind: kroketten. Alles voor kroketten.
Anyway, terug naar mijn kerstboom: omstaanders vinden dat er in mijn boompje ook kerstballen zouden moeten, maar daar ben ik nog niet helemaal aan uit.

Tv-kijken deed ik weinig, het is te zeggen: er zat weinig diversiteit in. Ik begon met This is us, en ondanks dat het op het randje van melig balanceert vind ik het leuk! Dat ik Milo Ventimiglia knap vind doet er echt totaal niet toe hoor. Ik stel alleen voor dat ze nog vaak gaan zwemmen daar. Ik vind het dus goed, en inderdaad soms richting het melige maar het is wel verrassend en oprecht genoeg. Ik vind Sofia wel vreselijk, voor al wie kijkt, ze acteert alsof ze recht uit een slechte kerstfilm komt. Ik verklaar mij niet nader. Ik keek verder enkel nog naar Down the Road dat weer startte! Ik ben blij om Martijn weer te zien want hij was mijn favoriet van dat jaar, maar verder mis ik in elk opzicht de groep van vorig jaar. Ik vond die zo tof, ik heb toen zo hard gelachen om ja, alles eigenlijk.
En o ja, ik keek naar The Octopus Teacher! Hoe kon ik dit bijna vergeten: het is een prachtige film en tja, het gaat weer over een dier. Mijn fascinatie voor octopussen is er alleen maar groter op geworden. Zo’n ongelooflijk dier, heel mooi in beeld gebracht, maar het ging lang niet alleen daarover. Het ging ook wel over hoe de filmmaker (de Zuid-Afrikaan Craig Foster) onderdeel wordt van iets meer, begint te denken als de octopus – dat klinkt allemaal zeer vreemd, maar trust me, als ik zeg dat iets goed is dan is het ook goed. KIJKEN EN BLEITEN! (Meteen mijn tweede slagzin om op T-shirts te laten drukken, na #don’tbeaFemke)

Als we het dan toch verder over dieren hebben: ik heb vooral veel foto’s van Jane gemaakt deze maand. Goed toch dat ik niet persé een grote kerstboom hoef te zetten, want Jane is echt zo’n kat die van in mijn slaapkamer recht die boom in klautert en dan ergens op driekwart de boom vast blijft zitten en dan verwacht dat ik de brandweer zou bellen, want zo’n diva is ze ook wel weer. Niet JIJ, ik wil een knappe brandweerman. Ze was één keer heel flink, dat was toen ze bij mijn mama op de schoot heel flink haar nagels liet knippen. Verder is ze op dieet, en al wie aan diëten doet is in principe nogal onhebbelijk. Het is niet waar (dat van het diëten wel): Jane is lief, tijdens mijn werk komt ze vaak gewoon hallo zeggen met haar pootje op mijn been en ligt ze graag OP mijn papieren, en is ze eigenlijk altijd wel in mijn buurt.

I own this
WAT doe jij???
te dik of haar? wie zal het zeggen
waar is mijn kleine kat naartoe??

Ik was wel blij met het schoon weer van vorige week! Ik voelde mij dikwijls een prositituee met veel kleren aan toen ik voor mijn raam ging zitten in de zon. In november zwaaiden we ook Martine Tanghe uit: nieuwsanker en vertelicoon in haar prachtig Nederlands.
Verder dronk ik lekkere wijn en dacht ik: ah, meer moet dat toch niet zijn eigenlijk, zo in november.

Gelezen (10): buiten, binnen en alles daartussen

Het is al van 30 augustus geleden dat ik een lijstje maakte van de boeken die ik las! Dat was nog van de goeie tijd dat ik in mijn titel kon schrijven dat ik mijn boeken las in tuintjes en op stranden. Ik zie mij nog zo liggen, op een strand in Zuid-Frankrijk, en aan de rand van het zwembad hangen, en oh, ’t was zo fantastisch allemaal dat ik het ene boek toeklapte en het andere alweer opende. Enfin, in de zomer zit ik op terrasjes en lees ik duizend boeken, in de winter (ja, zeker al winter, de bladeren zijn al af de bomen) vind ik lezen minder leuk.

We gaan even terug in de tijd, naar toen ik nog blauwe nagellak droeg in plaats van bordeaurode, want toen las ik Het Gouden Ei van Tim Krabbé. De nagellak is een fait divers, dat staat los van dat ei.

Enfin, het gouden ei kocht ik in de kringloopwinkel. Het boek hè, er zijn geen eieren te koop in de kringloopwinkel. Misschien wel van die beschilderde eieren, want er zijn heel rare dingen te koop in de kringloopwinkel, maar geen verse broedeieren van de kip. Het zou ook wel heel bijzonder zijn mocht de kip van buurvrouw Germaine een gouden ei broeden. Ik denk persoonlijk ook niet dat ze dat gouden ei dan zou afgeven in de kringloopwinkel, ‘hier, een gouden ei, ik moet het niet hebben?’. Het zou zeer nobel zijn alleszins. Goed, dat terzijde. De kringloopwinkel verkocht wel Het Gouden Ei van Tim Krabbé. Ik kende dat boek als “een klassieker!”, maar ik had het nog nooit gelezen. Waarover het gaat? Wel, bij Shirleys laatste boekenblog las ik dat ze officiële korte inhoud ook meegaf, en ik vond dat zeer slim. Uitmuntend! Ze krijgt van mij de nobelprijs voor de literatuur daarvoor.

voor Shirley, van Kelly

Hier gaan we:

Rex stond weer op en liep naar de auto. Hij pakte het polaroidtoestel uit Saskia’s mand en maakte een foto van het benzinestation. Een grapje voor zo meteen, maar hij zag ook de blikken al voor zich die kennissen, Saskia en hijzelf elkaar nog jaren later zouden toewerpen als ze het onderschrift in het album zagen: total-tankstation met daarin Saskia, enkele minuten voordat zij voor het eerst op de Autoroute zal chaufferen. De foto aan een punt houdend keek hij hoe het total-station en de geparkeerde auto’s, haast of ze even leefden, uit de chemicaliën opdoemden.

Wat weten we daar nu weer mee? Niets! Er wordt een stuk van het boek geciteerd! Tot daar de regel van de korte inhoud! Oké, dan doe ik het toch maar snel zelf: een vrouw raakt vermist langs de snelweg, en haar vriend raakt het spoor volledig kwijt. Willen jullie nu ook nog mijn mening?

Ik weet er bijna niets meer van. Hebben we dat nu weer. NIETS GAAT GOED MET DAT EI! Eerst hebben we het over de kip van buurvrouw Germaine, dan over de nobelprijs voor literatuur, dan gaat het ineens over l’autoroute en nu weten we niets eens meer waar het over ging? Bedrog! Regelrechte afzetterij van tijd!

O, wat is schrijven toch leuk! Oké, ‘het gouden ei’ is een psychologisch verhaaltje (thanks Google) (nee echt dat weet ik nog) en je leest het in het perspectief van het slachtoffer, de dader, en de vriend van het slachtoffer. Het is een dun boekje, exact 97 pagina’s, en ik las het op een namiddag in de zon uit. Ik herinner me nog dat ik wat duizelig achterbleef, en ik uren later nog ‘ja maar’ dacht. Niet slecht, toch? Haal dat ei dus maar vanonder het stof (en breng het naar de kringloopwinkel, ter verrassing).

De avond is ongemak – Marieke Lucas Rijneveld

Het boek van het jaar, vind ik. Simpel. Eigenlijk van 2018, maar met die International Booker Prize en uiteraard omdat ik hem las, boek van 2020. Je moet ervan houden: het is hard, schrijnend, somber, fucked up. Het is de realiteit, ook wel. Ik vind dat dat mag beschreven worden. Moet.

‘De avond is ongemak’ van Marieke Lucas Rijneveld is het schrijnende verhaal van een gereformeerd boerengezin dat wordt getroffen door de dood van een kind. Door de ogen van Jas, die zich ophoudt in het niemandsland tussen kindertijd en volwassenheid, zien we hoe de familieleden elk op hun eigen manier omgaan met het verlies. Vader en moeder zijn volledig verlamd door verdriet en zien niet hoe Jas en haar zusje Hanna en haar broer Obbe ondertussen langzaam ontsporen. Het is een verbluffend romandebuut dat is doortrokken van seksualiteit, geloof en de smerigheid van het bestaan. 

Nu werkt het wel hè? Het boek is niet zo klassiek verhalend: het wordt chronologisch verteld en werkt zeker ergens naartoe, maar het is anders. Ik las het daarom traag, vaak hoofdstuk – even weg, later weer een hoofdstuk. De schrijver heeft een eigen stijl, wat poëtisch, vol metaforen. Sommige vond ik heerlijk (die jas is al een metafoor voor veel dingen, vind ik), maar naar het einde van het boek was het stilaan genoeg voor mij. Het blijft mij vooral bij dat er zo mooi, zo losjes en zo statig geschreven werd over wat er gaande is in dat gezin en hoe Jas zich voelt. De schuld die dat kind voelt, hoe die verwaarloosde kinderen elkaar overrompelen: wauw.

“Is dit ons oorspronkelijke bestaan, of wacht er ergens op aarde nog een ander leven dat net zo goed om ons heen past als mijn jas?”

Zoete zoete wraak bv – Jonas Jonasson

Het zorgvuldig opgebouwde leven van Victor Alderheim, een uitgekookte en succesvolle kunsthandelaar uit Stockholm, wordt op een dag volledig overhoop gegooid als hij te horen krijgt dat hij de vader van de zestienjarige Kevin is en voor hem moet zorgen. Victor was juist van plan om Jenny, de dochter van een galeriehouder, te trouwen – en weer te scheiden – om haar erfenis binnen te halen. In dat plaatje past geen buitenechtelijk kind en dus bedenkt hij een plan om van Kevin af te komen in de rimboe van Afrika als de jongen achttien wordt. Maar dat plan mislukt faliekant. Kevin wordt liefdevol door een medicijnman in zijn Masai-stam opgenomen. Vijf jaar later keert Kevin terug naar Zweden. Daar ontmoet hij Jenny, inmiddels Victors ex-vrouw. Allebei afgedankt bundelen ze hun krachten samen met het bedrijf Zoete Zoete Wraak bv om zich te wreken op de man die hun leven verwoest heeft…

Jonas Jonasson is de man van de ‘100-jarige man die uit het raam kroop en verdween’, en ik vond dat een goed boek. Ik vind de nuchtere schrijfstijl van de auteur leuk en wraak fascineert mij, daar wil ik zelf ooit wat over schrijven (omg primeur).

Er stelde zich wel een probleem: ik vond dit boek maar mwah. Ik moest af en toe eens lachen, maar het boeide mij ook weinig. Dat komt omdat de wraak in het boek niet gelaagd is: er zit weinig emotie in en daardoor mis ik dingen, ik wil meer motief dan ‘ik wil dat een ander lijdt want hij is een vervelend mens.’ De schrijfstijl van Jonas Jonasson vond ik nog steeds leuk maar waar bij de 100-jarige man je daar een heerlijk personage als Allan had (Allan was opportunist en hield van ontploffingen: Allan was mijn vriend), past die nuchtere stijl veel minder goed bij de personages. Tot zover mijn analyse: zoals altijd als ik een boek minder vind, vindt het internet het omgekeerde. ADUQ op bol.com vindt het hilarisch, maaaar Knack treedt mij wel bij en zegt zelfs dat Jonas Jonasson zijn eigen roman (de 100-jarige dus) vakkundig de nek om wringt. Ik zal bij Knack gaan werken.

Ik ben nu bezig in Grand Hotel Europa (tof boek, die mens kan schrijven) maar het is geen easy boekje dat ik zomaar efkes weglees.

Snorkel – deel twee

Hier konden jullie al het eerste deel van het snorkelverhaal lezen, in het cameraperspectief. Dat betekende dat we niet wisten wat het personage dacht en dat jullie konden gokken wat er aan de hand was. Audrey dacht dat ze op zoek was naar een schat. Dat vond ik een goede suggestie, maar ik zou ik niet zijn mocht ik er geen onnozele zwier aan gegeven hebben. Enfin, het valt mee, ik doe anders veel onnozeler. Also: licht autobiografisch. Het was de dag dat probleem Femke ontstond. O, Femke!


Er zijn twee soorten mensen: zij die in het openbaar kunnen plassen en zij die dat niet kunnen. Ik behoor tot de laatste categorie. Ik zwem nochtans in een idyllisch meer, na de Egeïsche Zee is dit zeker de mooiste locatie waar ik heb proberen plassen. We hadden drie uur gereden en twee van die drie uur had ik geklaagd dat ik moest plassen, daar in de afgelegen bergen en tussen autodeuren had ik me bekeken gevoeld door onzichtbare krekels en had het gras te luid gekraakt. Bij dit meer waren geen openbare toiletten, alsof er werd gedacht dat zoveel water toch voldoende zou moeten zijn.

’Doe gewoon alsof je midden in het meer aan sightseeing doet’, denk ik, ‘en dan gewoon, plassen’. Ik knijp mijn ogen hard toe ter illustratie richting mijn brein, want hoe leeg je ook alweer zoiets banaals als een blaas? Net dan komt iemand in mijn diameter van tien zwemmen en vraag ik me af of iemand het voelen, zo’n golf water, voorverwarmd op lichaamstemperatuur. Een prettige 36 graden, dan verdacht, en dan een blik in mijn richting. Ik zwem verder volgens mijn sightseeingtruc, en schrik van een kind met een enorme snorkelbril. Het speurt de bodem af als een duikboot. Mijn blaas drukt maar het kind, dat kind zou met grote ogen boven water komen en voor het hele meer roepen: ‘mama, kijk, dat meisje heeft geplàst!’ Kan een blaas ontploffen? Ik laat me zakken naar de bodem, dat lijkt mij een goede plek om blazen te laten ontploffen.

Ik laat uw eten aanbranden aan 50 euro per uur (in ’t zwart)

In mijn laatste maandoverzicht dacht ik dat alles zo tof lijkt, en dat ik dus zeker ook eens moet zeggen wat ik tegenwoordig allemaal verpruts (veel). Ken je die ene persoon in de kamer die geen idee heeft waarover het gaat? Ik ben die persoon. Ter indicatie: af en toe vergeet ik dat het corona is.

Een kijkje in de dingen van de maand! Aan de titel kan je al vermoeden dat een aantal dingen te maken hebben met eten verbranden, maar technisch gezien is dat niet helemaal waar. Ik liet onbestaand eten verbranden, onder andere. Wat? Ja, talent, ik heb het met bakken en kruiken!

  • Ik ontdekte de kunst van een lege pot pasta te laten aanbranden. Weet je niet hoe dat kan? Ik leg het gaarne uit!
    1. heb het allemaal nog niet door en eet je pasta op ’t gemak op
    2. ruik een aanbrandgeur maar wees verbaasd, want de pan met overschot pasta en saus staat toch op een vuur dat uit is?
    3. als de aanbrandgeur blijft, stel je eigen kwaliteiten en gezond verstand dan NOG STEEDS NIET in vraag en begin gewoon op te ruimen en start aan de afwas
    4. pas als het lijkt alsof je eigen haar aan het verkolen is, kijk dan eens naar de andere pot die toevallig ook op het kookvuur zweeft en ontdek dan pas dat die op een warm vuur staat dat je vergeten uitdoen bent, en dat daar nog een halve centimeter aan pastasliert ligt te verkolen
    5. denk hard na: ‘hoe los ik dit nu op een volwassen, intelligente manier op?’ en giet er het bodempje van je glas water in zodat de pot en je hoofd heerlijk kan dampen
    6. (dat laatste moet je vooral niet doen)
  • Ik ging naar de tandarts. Ik heb daar schrik voor, voor tandartsen. Ik heb ooit eens een autobiografisch horrorverhaal geschreven omdat ik na de afspraak in de spiegel keek en een vampier zag, en ik heb toen letterlijk geschreven “ik word hier gefolterd en geslacht”. Enfin, ik moest op jaarlijkse controle, en dat was dus met mondmasker en dat hele gedoe. Ik besloot het mondmasker omgekeerd op te zetten. Het was een mondmasker waar dat duidelijk aan te zien was. De assistente keek alsof ik iemand was die speciale assitentie nodig had. Ik had geen gaatjes. Wel veel bloed.
  • Ik ging naar de bank om mijn autoverzekering bij Argenta te laten zetten, want ik vind hen wel leuk en vooral goedkoper. De bankdirecteur vraagt: ‘heb je je oude polis mee?’ Ik zie hem denken: ‘juist, die Kelly weet nooit iets, ik had haar moeten waarschuwen. Mongool.’ Nee, dat heb ik dus niet. ‘Ik heb die ooit gemaild!’, roep ik. Een jaar geleden. GDPR, die mail is weg. Ik zoek hem op mijn eigen telefoon. Blijk ik de achterkant gemaild te hebben. Ik moet terug naar huis rijden, die polis zoeken, terwijl ik in de auto denk: god, heb ik dat toch nog niet weggesmeten??? Enfin, als ik iets goed gedaan heb dit jaar is dat ik een stapel papieren bijhoud en dat die polis daar nog tussen zat. Goed hè!
  • We gaan terug koken, dat is leuk. Wie mij volgt op tha gram zag al dat ik pannenkoeken bakte op een donderdagavond. Wie mij volgt zag niet dat mijn mixer begon te roken. IK WEET NIET WAAROM. Ik maakte deeg: ik plof bloem, eieren en melk in een pot. De batterijen van mijn weegschaal zijn leeg, en die batterij is zo’n schijf, dus de conclusie is dat ik geen weegschaal heb. Ik schatte de bloem dus ergens op 250 gram, ik plofte, en ik mixte gretig met de mixer die ik al zo’n jaar niet meer gebruikt heb. En toen rook ik iets. Ik dacht: heb ik de mixer vorig jaar niet goed afgewassen ofzo, ma eih Kelly? Maar (gelukkig) besefte ik snel: dit is chemisch. Dit ruikt naar lessen natuurwetenschappen waar de school gaat ontploffen. Dus ik trok mijn stopcontact uit en trok mijn mixer en dat opzetstuk uit elkaar en zag dat mijn mixer al vrolijk aan het roken en aan het verbranden was. Of dat dat aan mij ligt of aan het feit dat die mixer van de Aldi komt, dat weet ik niet.
  • Als afsluiter ging ik nog eens romige pasta maken. Ik had mijn champignons gesneden en gebakken, dus ik kapte zure room in mijn pan. (Wie opmerkzaam is, merkt dat ik geen voorzichtige kok ben. Ik doe namelijk aan ploffen en aan kappen, en ook aan kuisen want alles belandt altijd op de grond. Tot nu toe nog geen vingers, dat vind ik wel opmerkelijk want ik heb hier eens geschreven dat ik voorspel ooit in het ziekenhuis te belanden nadat ik drie vingers heb afgesneden en er maar twee heb teruggevonden. Enfin). Toen de room in de pan gekapt was, dacht ik alleen: tiens, ik had nu toch room van het merk Delhaize gekocht en niet van Inex vandaag? Zo raar? En toen was ik mezelf eerst wat aan het gaslighten maar keek ik daarna in de frigo en zag ik ongeopende zure room van Delhaize! Toen begon het: ik keek naar het doosje Inex room en daar stond: na opening maximum drie dagen bewaren. Nu ben ik geen vieze en eet ik vrolijk chips van de grond die ik daar niet zien vallen heb, maar ik kon mij niet herinneren wanneer ik die room gekocht had. Je zou dus kunnen stellen dat er zich een probleem voordeed, want dat betekende dat er room bij mijn champigons aan het pruttelen was van ettelijke maanden oud. En toen moest ik walgen toen ik mijn champignons vol vieze oude room rook. ik moest bijna huilen. (Dat is niet waar, ik heb ermee gelachen, maar dat leek me geen passend dramatisch element binnen de tekst.)

Ik kan hieruit alleen maar conculderen dat na het lezen van deze tekst niemand nog zal willen dat ik kok van dienst ben, en dat ik dus nog zo onintelligent niet blijk te zijn.

Snorkel

My dear amigos, ik heb weer een verhaal van de week voor jullie. Het is maar een heel kort verhaaltje: het moest in maximum 250 woorden. Bovendien een interactief verhaal want het is met een spelletje voor jullie (say whaaaat), dus dat vinden we allemaal leuk. Het zit zo: dit verhaal is geschreven in het camerapersectief. Dat bestaat niet officieel maar is een variant op het hij-perspectief: je kijkt dus met een camera van bovenaf naar het verhaal. Normaal schrijf ik liefst vanuit het ik-perspectief (voor de aandachtigen en anders weet ge ’t nu), maar nu wist ik dus eigenlijk helemaal niet wat mijn personage dacht, of voelde, of écht aan het doen was.

Jullie dus ook niet. Jullie mogen daar wel een gokje naar doen! Na het lezen van dit stukje zal duidelijk worden dat er iets aan de hand is met het personage. Ze denkt iets, ze voelt iets, of ze is iets van plan. De vraag is: wat? Reageer gerust in de comments onderaan, of stuur mij een anoniem mailtje als je plannen met het personage te pikant zijn. Alles kan! Volgende week plaats ik met plezier het stukje vanuit het ik-perspectief en lezen jullie wat er echt aan de hand is 😀


Er was iets aan het gebeuren, linksachter het meer. Ze staarde, met een priemende blik. Met haar armen waadde ze door het water, maakte ze kringetjes alsof het water alles mocht doen behalve stilstaan. Ze liet haar armen pas los toen er iemand achteraan, bij het riet onstuimig in crawlslag kwam zwemmen. Het was alsof alleen zij voor beweging mocht zorgen. Ze zwom verder, richting ondieper water. Bleef stilstaan in een modderige bodem. De kringetjes van haar armen stroomden zacht tussen haar gebruinde vingers. Gieren vlogen luid over.
Ze bleef onverstoorbaar richting dat ene punt linksachter het meer kijken, steeds met kleine ogen, hoewel de zon achter haar rug scheen. Ze leek iets in te schatten, een persoon misschien. Alsof ze er iets onmenselijk mee zou willen doen. Het staren bleef duren tot ze schrok van een kind met een snorkeluitrusting die totaal ongepast leek voor een ondoorzichtig meer als dit, waar ongetwijfeld niets anders in te zien valt dan een verdwaalde steen.

Het kind moet haar plan met de persoon in de verte in de war gebracht hebben, want ze zette zich af tegen de modderige grond en liet zich zakken naar de bodem van het meer. Ze bleef onzichtbaar tot het wateroppervlak boven haar rustig en zacht werd, alsof er nooit iemand was gezonken. Iets verderop kwam ze wild boven, liet ze het kind met de snorkelbril schrikken, en zwom ze krachtig in de richting van het punt linksachter het meer.