‘En, hebt ge al een lief?’

Valentijnsdag. De dag dat er op mijn werk pralines worden uitgedeeld en ik in elke ooghoek een rode roos zie behalve in mijn handen. Op de radio wordt Robbie Williams grijsgedraaid en op sociale media worden valentijnsontbijten weggegeven. Nu klink ik misschien als een zielige single, maar eigenlijk vind ik het vooral jammer dat ik niet gratis mag ontbijten en dat ik onderstaande fantastische valentijnskaart niet kan verzenden.

Pinterest.com

Enfin, ter ere van deze mooie dag stel ik voor: de zin die vaak de aanleiding is van de eerste irritaties op familiefeestjes. Nonkel Alain en tante Rita kunnen hun nieuwsgierigheid niet meer bedwingen en stellen De Grote Vraag: ‘en, hebt ge al een lief?’.

Om de één of andere reden is het immers verplicht om een lief te hebben of daar toch ten minste naar op zoek te zijn. Vooral de generatie ouders en grootouders maakt zich luidop zorgen als dat niet het geval is. Hoezo, mijn (klein)kind heeft de liefde van haar leven nog niet gevonden? Er is maar één gevolg mogelijk: dat maakt hem/haar diep ongelukkig. Goed bedoeld advies wordt op ons afgevuurd: van ‘dat komt nog wel’ naar ‘er zijn veel visjes in de zee hè’ tot ‘voor 2019 wens ik u een goed lief’. Alsof een partner vinden of hebben het enige doel in ons leven is. 

Plot twist: we zijn geëvolueerd en tegenwoordig is happy single zijn een begrip. Sommige singles staan open voor visjes in de zee terwijl anderen bewust weg blijven van zeeën en rivieren.

’t Is allemaal de schuld van Disney

Al vanop jonge leeftijd worden we geconfronteerd met liefde. Da’s mooi en praktisch, want baby’s kunnen effectief sterven zonder liefde – meer over dat lugubere experiment lees je onderaan in dit artikel. We worden echter ook al snel geconfronteerd met de eeuwige zoektocht naar een partner. Het is dan ook gemakkelijk om verliefd te worden op de liefde, dus lieten we onze Barbies massaal trouwen met Ken. In de lagere school hadden we allemaal minstens één lief en we voorspelden dat we ten allerlaatste op ons 23ste getrouwd zouden zijn (HAHA). We zagen liefde als iets wat vanzelf komt en daar zit Disney misschien wel voor iets tussen. Let op, mensen die me kennen weten dat ik Belle van Beauty and the Beast foutloos kan meezingen (Engels en Nederlands, jawel, #talent) en ik dus een grote fan ben van sprookjes en Disney. Als kind (en nu) wilde ik, net als De Kleine Zeemeermin, ook wel eens mijn haar kammen met een vork en wilde ik ook graag een krab als beste vriend. De verhalen zijn absoluut betoverend, maar ook daar gaat het vooral over het vinden van ‘de ware’. Sebastiaan de krab zingt dat het leven zoveel beter is op de zeebodem, maar toch ruilt Ariël haar prachtige zeemeerminnenstaart om voor benen. Dat arme 16-jarig schaap verkoopt zelfs haar stem, allemaal voor de eerste de beste man. In de oorspronkelijke versie, die van Hans Christian Andersen, heeft ze zelfs niet eens een ziel en sterft ze als ze haar prins niet kan overtuigen om met haar te trouwen. Vaak worden zo’n verhalen (terecht) in feministische context gebruikt, maar het heeft ook nog een andere boodschap: ‘de ware’ vinden maakt je gelukkiger en maakt je leven waardevoller.

Advies van een single

Klinkt allemaal schattig, maar het lijkt wel alsof de perfecte partner vinden het ultieme doel in ons leven is. Eens die er is, leven we nog lang en gelukkig. Dat is misleidend, want je geluk zou niet mogen afhangen van een eventuele partner. Misselijk word ik, van die quotes waarbij je je ‘other half’ moet vinden. Ik ben zo ook wel een volledig mens en ik heb ook geen ambities om deel uit te maken van een Siamese tweeling. Bovendien is die potentiële partner ook een volledig mens en tenzij we kaarsen zijn, zullen we ook niet versmelten met elkaar. We blijven twee mensen die hopelijk een aanvulling zijn op elkaars leven.

Hoewel ik misschien wat cynisch klink, geloof ik wel degelijk in de liefde. Als je me niet gelooft, weet dan dat ik een muziekdoos heb van De Kleine Zeemeermin die vrolijk ‘Diep in de Zee’ speelt. Aha. De liefde kan ontzettend mooi zijn en evolutionair gezien hebben we ongetwijfeld voordelen bij partners. Alleen vind ik dat we ‘liefde’ soms iets breder kunnen zien. Het is niet omdat je single bent, dat je ook daarom ook iets mist in het leven: een partner is niet de enige kans op geluk. Het leven biedt zoveel meer, zo maakte ik vorig jaar een lijstje van dingen waar ik gelukkig van word. Een greep uit het aanbod: Chanel Eau Tendre (mijn favoriete parfum), het logo van Netflix, vers gewassen lakens, uitgebreid ontbijten. Een beetje melig, maar lang niet zo melig als foto’s van kussende mensen.

Een lief heb je niet, dat ben je

Loesje

Ik vind ook dat het als twintiger – en lang daarna – oké is om op jezelf te focussen. Daarmee bedoel ik niet dat je in een narcist moet veranderen, maar je mag wel je persoonlijke doelen voorop stellen. ‘You have to learn how to love yourself first’ is zo’n quote die tot vervelens toe herhaald wordt, maar waar veel waarheid in zit. Je staat op met jezelf, eet met jezelf, ademt met jezelf en gaat slapen met jezelf. Logisch dus dat je je soms ergert aan jezelf – ik wil mezelf ook door het raam gooien als mijn sleutels weer overal liggen behalve waar ze moeten liggen. Toch lijkt het mij wel belangrijk dat je je jezelf leert accepteren, voor je daar nog een ander mens bij gooit die ook weer dingen heeft waaraan je je gaat ergeren (ja, dit is relatieadvies van een single). Het is dus oké als je de liefde van je leven nog niet gevonden hebt (bestaat die wel?) en het zelfs ook oké als je die nooit vindt.

Trouwens: valentijn schrijf je met kleine letter en Valentijnsdag met hoofdletter. Taalverbeteraars zijn vervelende mensen – daarom heb ik dus geen lief. #wijsheidvandedag


Waarom ik de ‘smalltalk’ achterwege laat

Ik heb altijd graag geschreven, altijd graag blogs gelezen en wilde altijd wel zelf zo’n blog. Het probleem was alleen dat mijn blog geen travelblog kon worden (geen geld), ook geen beautyblog (wat is primer) en al helemaal geen kookblog (ik snijd altijd in mijn vingers). Je ziet: ik ben niet speciaal. Na een tijdje begon ik gewoon te schrijven over mijn vragen en struggles als twintiger, en groeide het idee om dat ook te delen – de realiteit van een twintiger in een blog. Gat in de markt, zo’n blogger zonder significant talent. Daarna passeerden een hoop blognamen de revue en kwam uiteindelijk een vriendin (standbeeld voor Eillish) met nosmalltalk. Dat vond ik onmiddellijk een goeie naam, want ik bedacht me dat er twee verschillende soorten smalltalk zijn.

  1. De klassieke smalltalk 

Laten we beginnen bij de basis: Wikipedia vindt smalltalk ‘een verzamelnaam voor informele gesprekken die niet gevoerd worden omwille van de inhoud, maar omwille van het gesprek zelf.’ Smalltalk is dat typische gesprek wanneer je een oude kennis tegenkomt in de supermarkt en je net te laat was om je te verschuilen tussen de appelmoes en confituur.

‘Ah, lang geleden! Hoe is ’t nog?’
In het Nederlands vertalen we ‘smalltalk’ heel lief naar ‘over koetjes en kalfjes praten’. Dat vind ik een slechte vertaling, want ik hou van dieren, dus ik wil je graag vertellen waarom een koe vier magen heeft en zo’n beest veel eet (maar echt heel veel). Helaas gaat smalltalk niet over koeien en wel over niets in het bijzonder. Bij smalltalk worden stiltes vaak onnodig opgevuld: in de wachtzaal bij de dokter bijvoorbeeld. Ik hou er niet van en dat is niet uit onbeleefdheid of uit desinteresse, maar omdat het gesprek geforceerd en oppervlakkig is. We doen allemaal aan smalltalk – je kan nu eenmaal niet met iedereen praten over aliëns of over je angsten en onzekerheden. Soms gaat het eens over hoe koud het wel niet is buiten, en dat is oké. Toch vind ik het meestal saai en awkward, zeker als introvert vraagt het energie en krijg je er geen energie voor terug. Van gesprekken over het universum en van conversaties met vrienden waar het alles en nergens over gaat, krijgen introverten dan weer wel energie. Het verschil met smalltalk is dat zo’n gesprekken moeiteloos plaatsvinden en dat je jezelf niet moet forceren om te luisteren of om een gespreksonderwerp te bedenken.

2. De boodschap achter smalltalk 

Even terug naar dat gesprek in de supermarkt, waarin de oude kennis je vraagt ‘hoe het gaat’. Dat is de vraag waarvan universeel geweten is dat we daar ‘goed’ of ‘ça va’ op moeten antwoorden. In het Land der Smalltalk voelt iedereen zich goed. De enige andere mogelijke variant is ‘druk’. Eigenlijk is druk nog beter dan goed, want dat impliceert dat je leven zo ongelooflijk leuk is dat je gewoon niet kan kiezen tussen alle dingen die op je afkomen. Dat beperkt zich bij mij vooral tot het kiezen uit Netflixseries – en dan nog kies ik verkeerd.

Vertellen dat het eigenlijk niet zo goed gaat, is ondenkbaar. Dat zou dan zo gaan:

‘En hoe is het op ’t werk?’

‘Goh, soms weet ik het toch allemaal niet. Mijn baas is een lastige mens en ik doe veel te veel administratie. Ik mis zo wat die uitdaging hè, en ja, die promotie, die ging naar mijn collega.’

Stel je voor zeg, dat we zoiets zouden zeggen. Dat perfecte plaatje van jezelf weggooien? Onmogelijk. Aan kwetsbaarheid doen we niet mee. En toch, het is de realiteit, en misschien zou de wereld al een stukje mooier zijn mochten we af en toe doen alsof ons leven niét perfect is.

Dan bedoel ik trouwens niet zulke tenenkrommende posts:

Excuses voor de toevallige passant die deze post moest aanzien. Ik wilde eerst een experimentje doen door de post een avondje te laten staan en te kijken wat er gebeurt. Maar zoals we allemaal weten is Facebook anno 2019 steeds vaker een online versie van de duivenclub of kaartenavond en had ik schrik voor paniekerige telefoontjes van mijn lieve omaatjes. Dat plan werd dus geannuleerd. 

Bovenstaande post schreeuwt immers drie dingen:

  1. Ik wil aandacht
  2. Ik ben een ‘special snowflake’
  3. Ik kan niet schrijven (want dat denk ik als mensen zoiets dramatisch posten zonder verdere uitleg)

En dus misschien eerder zo:

Ik voel mij normaal. En nu?

En daarom dus: de zoveelste twintiger met een blog

Tegenwoordig zijn er steeds meer body positivity-accounts met opgeblazen buiken en mensen die zichzelf niet al te serieus nemen (tik maar eens Celeste Barber in op Instagram). Ik hou van die accounts, maar de boodschap dringt dikwijls niet helemaal door. Daarom dacht ik: ik schrijf het maar eens op. Die smalltalk, weg ermee! Naar de stort. Althans op deze blog, laten we daarmee beginnen. Die millennials met hun idealisme ook altijd. 🙂 Ik bekijk graag hoe we allemaal wel wat verdwaald zijn als twintiger en hoe onze superpowers zich beperken tot het kiezen van de verkeerde rij in de supermarkt. Waarom? Omdat het zo onderhand wel eens tijd is, want gelukkiger worden we er toch niet op. In your face, die realiteit.

De klimaatspijbelaars zijn hypocriet (en dat is oké) #opinie

Dat het niet helemaal goed gaat met het klimaat, dat weet inmiddels elk normaal denkend mens (inderdaad: Trump valt dus al weg, bedenkers van complottheorieën ook). Het klimaat is de laatste maanden onderwerp nummer één, en daar hebben vooral de klimaatspijbelaars voor gezorgd. Mooi, toch? Al wordt hen dan ook wel verweten dat ze hypocriet zijn, als ze massaal met hun smartphones selfies staan te nemen. Dat vind ik begrijpelijk, want dat zijn ze ook.

Allemaal hypocriet 

Voor je in een kramp schiet en me aanziet als klimaatontkenner, zal ik beginnen met mezelf: ik ben hypocriet. Zo eet ik geen vlees meer, en dat is een goede zaak aangezien vleesproductie een grote milieuvervuiler is (de documentaire Cowspiracy staat op Netflix). Hoewel ik dat in eerste instantie doe omdat ik niet wil dat er beestjes moeten sterven voor mijn eten, draag ik dus ook mijn steentje bij aan het milieu. ‘Aha’, denkt mijn hypocriete zelf, ‘dan is het allemaal niet zo erg dat ik het hele land rondrijd met mijn dieselwagen’. Ik haat de fiets en ik haat het openbaar vervoer nog harder, maar da’s niet erg, ‘want ik eet tenminste geen vlees’. 

Ook elke jongere die met plezier de geschiedenis -en turnles skipt om wat in Brussel te gaan roepen met een slogan in de lucht en een plastic fles cola in de hand (een minderheid, gelukkig), is hypocriet. De klimaatspijbelaars die elke dag met de auto naar school worden gebracht en trots foto’s delen op Instagram van hun vliegtuigreisjes naar Rome en Tenerife zijn inderdaad ook hypocriet. Initiatiefneemster Anuna De Wever wordt ook hypocrisie verweten door die vliegtuigreizen, en eigenlijk is dat de waarheid. Alleen worden mensen soms wel heel extreem daarin: ‘als je wil gaan betogen gaat dan mag je je kleren niet meer wassen!’ Tja, zo is zelfs de grootste milieuactivist ter wereld strikt gezien hypocriet zodra hij een warm bad neemt.

Zo zie je: het is oké. We zijn allemaal hypocriet, maar het initiatief is er tenminste. Alsof betogen enkel kan als je perfect bent. 

Brossen voor meer bossen 

Dat initiatief voor het klimaat komt er op het moment dat die jongeren braaf in de les zouden moeten zitten. Ja, ze kunnen ook gaan betogen op een woensdagnamiddag of op zondag. Absoluut, groot gelijk, en dat doen ze dan ook: tussen die 70.000 man op zondag 27 januari liepen er ook heel wat jongeren. Waarom ze dan toch spijbelen? Eén woord: statement. In december 2018 liep er 65.000 man door Brussel en nog geen twee dagen later vloog er een minister in privéjet naar Polen om de klimaatwet niét te ondertekenen. Dan kan je het die jongeren ook niet kwalijk nemen dat ze op zoek gaan naar iets wat niet kan genegeerd worden. Brossen kan niet en mag niet. En toch doen ze het, voor het klimaat. Het is net door het spijbelen dat het zo’n massale media-aandacht krijgt en dat politici in nieuwsstudio’s worden gesleurd om reacties te geven. Die strafstudie nemen de meeste jongeren er trouwens wel bij hoor, meteen een mooie les om consequenties te snappen.

Wij-zij verhaal 

Wat ik dan wel weer jammer vind aan het hele klimaatdebat, is dat er ‘met het vingertje wordt gewezen’. Dat wijzen gebeurt in twee verschillende richtingen:

1) Jongeren naar de ‘oudere’ generatie: ‘Jullie hebben onze aarde kapotgemaakt!’

Hoewel die generaties de klimaatopwarming misschien wel (indirect) hebben gecreëerd, zijn zo’n uitspraken jammer. Jongeren zullen zich wellicht altijd wel proberen afzetten tegen de generatie van hun ouders, maar zo zorg je ervoor dat een hele generatie zich (terecht) aangevallen voelt. Het gevolg is een wij-zij verhaal waar niemand iets mee opschiet. Facebookposts als ‘wij gingen vroeger op vakantie naar de Belgische kust en jullie gaan naar Bali!’ worden om die reden massaal gedeeld. 

2) ’Oudere generatie’ naar jongeren: ‘Jullie hebben wel nog altijd een smartphone en dat is ook milieuvervuilend!’ 

Zoals ik hierboven al aangaf is dat inderdaad hypocriet, maar het is niet de schuld van de jongeren dat smartphones bestaan. Die oudere generatie tokkelt trouwens ook vrolijk op hun smartphone – we maken dus gewoon gebruik van wat er op de markt is voor ons. Daarnaast is het een argumentum ad hominem (hier ben ik dan met wat fancy Latijn van Wikipedia, het betekent argument op de man). Ter verduidelijking haal ik het argumentatieschema erbij en vul ik het meteen even in.

Argumentatieschema:

1) ’Persoon A doet bewering X’ -> Jongere beweert dat we iets moeten doen aan de klimaatopwarming 

2) ’Er is iets mis met persoon A’ -> Jongere drinkt uit plastic flesjes 

3) ’Dus bewering X is onwaar’ -> Het klopt niet dat we iets moeten doen aan de klimaatopwarming.

Nummer 2 kan je trouwens ook vervangen door ‘jongere houdt een belachelijke slogan in de lucht’ en alle andere dingen waar de jongeren van beschuldigd worden. Hoewel ik ook soms de kriebels krijg van bepaalde slogans (origineel is niet altijd leuk), is een argumentum ad hominem niet het beste argument. Zo verleg je de aandacht van de boodschap die de jongeren willen uitdragen naar iets wat mis is met de jongeren die de boodschap brengen. Begrijpelijk dat jongeren dat frustrerend vinden. 

Toch duim ik dat die jongeren gewoon elke donderdag doorgaan met spijbelen, en zichzelf en heel België telkens met de neus op de feiten blijven drukken. Elke keer dat er daardoor iemand kritisch nadenkt over zijn acties en die misschien zelfs aanpast, is een mooie stap vooruit. Dat de klimaatspijbelaars meer zullen worden dan enkel ‘het woord van 2019’, staat dus al vast. Ik kan verder alleen maar oprecht hopen dat de regering dit ook mag begrijpen. Trouwens, wél een mooie slogan, die ‘ik moest staken want de regering doet het niet’ 😉 

De ‘succesvolle twintiger’

Twintiger. ‘De schoonste tijd van uw leven’, zeggen ze altijd. We moeten er vooral van genieten, want als twintiger staan we aan het begin van de volwassenheid en kan alles nog. Alles kan, al moet je bij voorkeur wel:

  • Op trektocht gaan door Azië en terugkomen als een herboren, minimalistische, betere versie van jezelf
  • Fitnessen of aan yoga doen en je lichaam zien als die tempel van op je wereldreis 
  • Gezonde maaltijden op tafel toveren, graag ook vegan en met superfoods – al hebben die liefst niet te veel kilometers afgelegd, want je weet wel, die ecologische voetafdruk
  • Studeren voor of een job uitoefenen met een mooi loon, een maatschappelijk nut, doorgroeimogelijkheden en met de perfecte work-life balans
  • Een supermegagelukkige single zijn of ‘iemand’ hebben die je overlaadt met liefde en heel veel ruimte om je 1001 persoonlijke doelen te ontwikkelen – die ‘iemand’ label je trouwens vooral niet met iets als ‘het lief’
  • Interessante vrienden hebben met net zo’n leuke jobs en tempellichamen 
  • En vooral: een Instagrampagina hebben met perfect belichte foto’s die een perfect beeld geven van alle perfecte onderdelen van je perfecte leven #exploreasia #fitnessaddict #healthy #dreamjob #happysingle #couplegoals #besties #happyme 

Je mag dit lijstje met flink wat korrels zout nemen, maar toch lijkt het vaak alsof we minstens een paar dingen moeten afvinken om een ‘succesvolle twintiger’ te zijn. Je hebt soms het gevoel dat je minstens drie levens tegelijkertijd moet leven, wil je toch een beetje bijbenen met je leeftijdsgenoten. De belangrijkste gedachte achter elk van deze punten? Leid een gelukkig leven. Objectief gezien zou dat wel moeten lukken, want voor de gemiddelde Westerse twintiger is dit een mooie tijd om te leven. We staan moeiteloos in contact met de andere kant van de wereld, reizen is laagdrempeliger dan ooit en we krijgen allemaal de kans om te studeren. Kansen genoeg, en maar één leven om ze met beide handen te grijpen. 

Dat zullen we geweten hebben. We worden gebombardeerd met quotes als ‘you have only one life, make the most of it’. Alsof dat nog niet genoeg is, is er nu ook die hit van André Hazes Jr. die ons toeschreeuwt dat we moeten léven. Alsof het onze laatste dag is. ‘JA JONG IK DOE MIJN BEST’, wil ik dan terugschreeuwen, terwijl ik in de file sta. Daarna denk ik: ‘ik wil wel alles uit het leven halen, maar hoe doe ik dat dan?’ 

Dus ging ik op zoek naar dat antwoord. Nu heb ik de afgelopen namiddag ongelooflijk nuttig gespendeerd met Grey’s Anatomy kijken, dus ik ben er blijkbaar nog niet helemaal. Toch heb ik de afgelopen weken ook een hoop interessante info gevonden over waarom we als millennials niet (altijd) gelukkig zijn. Veel info (echt nuttig deze keer) vond ik op de blog waitbutwhy.com en in het boek ‘The Subtle Art of Not Giving a F*ck’. 2 interessante punten:

  • Je bent geen special snowflake 

In het Engels is er de term ‘special snowflake’, en in het Nederlands kunnen we dat dus heel schattig naar ‘speciaal sneeuwvolkje’ vertalen. Dus, hier komt de metafoor: van die vele sneeuwvlokjes die naar beneden dwarrelen, denken/hopen we dat wij dat ene vlokje zijn dat uniek is. Waar alle andere sneeuwvlokjes op de grond terechtkomen om te veranderen in een scheve sneeuwman, ben jij het sneeuwvlokje dat, gestuurd door de wind, ongekende hoogtes bereikt. 

En we willen allemaal dat ene sneeuwvlokje zijn. Uniek, uitzonderlijk en buitengewoon. En dan komt de teleurstelling: we voelen ons helemaal niet zo speciaal. Bizar, want we willen vooral niet zo’n scheve sneeuwman zijn. Tenslotte zien we die scheve sneeuwman tegenwoordig als mislukt. Die scheve sneeuwman staat symbool voor het gemiddelde, = naar alle waarschijnlijkheid jij en ik. Echt waar, sorry. Jij ook. Ik weet dat het lijkt alsof jij tot die magische 1% hoort die een random Facebooktest tot een goed einde brengt, maar toch: je bent niet de nieuwe Einstein. Je bent de zoveelste simpele pizza margherita en je bent die scheve sneeuwman. Gigantische teleurstelling, zeg je? Valt wel mee hoor. Lees deze blogpost maar eens (van Mark Manson, de auteur van The Subtle Art of not Giving a F*ck). Plus onderstaande quote:

If you want to live an exceptional and extraordinary life, you have to give up many of the things that are part of a normal one.

Srinivas Rao

Denk nu maar even na over hoe blij je wordt van normale dingen als lekker eten, humor en gezelligheid met vrienden, familie en je kat. Juist ja. Bij ‘exceptional‘ en ‘extraordinary‘ denk ik bijvoorbeeld aan Freddie Mercury en de opofferingen die hij moest maken – prachtig in beeld gebracht trouwens in de film Bohemian Rhapsody. Zijn bandleden zagen er wat mij betreft een stuk gelukkiger uit, met hun ‘simpel leven’ met vrouw en kinderen.

www.owlturd.com
  • Iedereen doet alsof hij/zij wel een special snowflake is 

In mijn lijstje in het begin van de blogpost valt er iets op: bij elk punt lijkt die persoon een special snowflake. Meer zelfs, op sociale media – vooral op het immens populaire Instagram – tonen we vooral onze allermooiste momenten. Wat niet getoond wordt, is dat de persoon die door Azië trok, wellicht ook momenten van eenzaamheid en vermoeidheid kende. Bovendien stond hij ook als een schaap aan te schuiven om de perfecte toeristenfoto te nemen bij een random tempel. Zo van: haha, kijk hoe ik de tempel omverduw. Die fitnesser brengt uren door aan machines (die er voor mij als middeleeuwse marteltuigen uitzien waarbij je benen en armen worden uitgetrokken) en is consequent in gezonde voeding. De moeilijke momenten daarbij worden echter niet getoond, en dus ook weer vergeten bij eender wie de Instagramposts bekijkt. Om speciaal te worden is er dus heel wat doorzettingsvermogen vereist, en dan nog is het aan de top helemaal niet zo speciaal als we denken.

Aanschouw mij bij de Chichen Itza (wereldwonder!) terwijl ik een fantastisch leven leid – zoveel beter dan het jouwe! (heus niet)

Op sociale media doen we graag alsof we een special snowflake zijn, vooral omdat we dat graag willen zijn – daar maak ik me als een rasechte twintiger ook schuldig aan. Begrijp me niet verkeerd: ik vind sociale media leuk. Toch is het zo dat mensen vroeger al naar de markt moesten om te horen hoe bijzonder iedereen wel is (tante Georgette heeft een tv gekocht en heel het dorp zal ’t weten). Nu liggen we mottig in de zetel en zien we foto’s verschijnen van mensen die zonet een origineel, smaakvol en übergezond slaatje op tafel hebben getoverd. Toch liggen die mensen naar alle waarschijnlijkheid net als jij soms in de zetel, niets te doen, en voelen ze zich ook soms onzeker. Daar zit volgens mij ook de ironie van de special snowflake: we vinden dat we speciaal zijn, maar tegelijkertijd zijn we onzeker.

  • We zijn onzeker omdat we gemiddeld zijn en niet gemiddeld wìllen zijn, en we geconfronteerd worden met alles wat extreem is (vaak extreem leuk)
  • We voelen ons niet thuis in die extreme wereld en gaan er dan maar vanuit dat we anders – specialer – zijn dan iedereen. 

Wil je dus ‘de succesvolle twintiger die alles uit het leven haalt’ worden? Misschien ligt de sleutel wel gewoon in het aanvaarden dat je een gemiddelde twintiger bent – net als iedereen die je volgt op Instagram. Wees die doodnormale twintiger die doet wat hij graag doet: overheerlijke desserts maken, of op trektocht gaan en effectief als herboren thuiskomen. ‘Succesvol’ en ‘alles’ zijn bovendien nogal abstracte begrippen, geen realistische doelen, tijd nemen voor wat je graag doet daarentegen wel. Om er dan toch eens een sentimentele quote bij te halen:

Don’t spend your time looking around for something that can’t be found

Baloe de beer, The Jungle Book

Als je van beren al leren kan. Tip: lees dus die blogpost en het boek. Wie weet word je wel een supergelukkige scheve sneeuwman. Mijn blogpost was er trouwens eentje van een twintiger die zelf naar alle waarschijnlijkheid geen special snowflake is. Geen vaststaande waarheden dus hier, enkel gemiddelde bedenkingen. Ik ben dan ook nieuwsgierig naar hoe jij succes of geluk ziet, en hoe gemiddeld jij wil zijn. 🙂

Introversie en extraversie: het verschil

Je las het misschien al: ik ben een introvert en daar schrijf ik al graag eens over. Het heeft me de afgelopen jaren meer inzicht gegeven in wie ik ben, al merk ik dat er nog veel misverstanden zijn over wat introversie exact is.

Zo was een vriendin onlangs op een training voor het werk, en werd er gevraagd welke woorden je linkt aan introversie. De meest voorkomende antwoorden van haar collega’s: stil, verlegen en asociaal. Als ik hen zo mag geloven, is mijn introversie dus een ziekte en kan ik maar beter hopen dat er zo snel mogelijk een pilletje wordt uitgevonden om het te genezen. Gelukkig denkt niet iedereen zo en wordt introversie al beter begrepen, mede door de TED talk van Susan Cain. Ze vertelt over de positieve eigenschappen van een introvert, maar wat is introversie eigenlijk?

Truus en Theofiel 
Het tegenovergestelde van introversie is extraversie. Het zijn persoonlijkheidseigenschappen die voor het eerst benoemd werden door Carl Jung in de jaren 1930, maar je kan je voorstellen dat er al veel vroeger over werd nagedacht. In tegenstelling tot wat soms gedacht wordt, staat introversie niet gelijk aan verlegen zijn en zijn niet alle extraverten clowns. Ja maar, waar zit het verschil dan wel? Juf Kelly legt het even uit en tekende twee ongelooflijk realistische mensen: Truus en Theofiel. Truus is introvert, Theofiel extravert.

Verschil 1: energie 
Introverten en extraverten krijgen energie van totaal andere dingen. Truus, de introvert, krijgt energie van alleen zijn, omdat ze zo haar gedachten en gevoelens kan verwerken. Ze richt haar energie dus naar binnen. Onze Theofiel daarentegen, de extravert, haalt zijn energie uit gebeurtenissen die zich afspelen in de buitenwereld. Een voorbeeldje? Stel dat Truus en Theofiel allebei naar een feestje gaan. Ze hebben beide een leuke avond, maar na afloop is de sociale batterij van Truus, de introvert, bijna helemaal leeg. Theofiel daarentegen voelt zich mentaal helemaal opgeladen. Zijn Truus en Theofiel de dag daarop een hele dag alleen thuis, dan reageren ze daar ook anders op. Geef Truus haar gedachten en internetconnectie en ze heeft entertainment voor een hele dag. Bij Theofiel is de kans groot dat hij zich op voorhand al afvraagt hoe hij zo’n volledige dag alleen zijn in hemelsnaam gaat doorkomen.

Copyright Anna Borges (Buzzfeed)

Verschil 2: prikkels 
Het energieniveau van hierboven gaat vaak hand-in-hand met het opzoeken van prikkels. Het feestje van Truus en Theofiel is een typische plek waar veel prikkels zijn. Het is druk, de muziek staat luid en mensen drinken een pintje of twee en worden lastig. Truus raakt daar snel overprikkeld en wordt beste vrienden met de huisdieren ter plaatse, terwijl Theofiel in zijn nopjes is omdat er zoveel aanwezigen zijn. 
Hoe dat komt? Onder andere door dopamine, de neurotransmitter die je misschien wel kent als het ‘geluksstofje’. Dopamine werkt in op ons beloningssysteem en elke keer dat je iets doet dat volgens je hersenen een beloning verdient (eten, sporten …), wordt het stofje afgegeven. Uit onderzoek is gebleken dat introverten gevoeliger zijn voor dopamine. Onze introvert, Truus, heeft dus niet veel prikkels nodig om voldoende dopamine aan te maken. Als extravert ga je net op zoek naar meer externe prikkels om je dopamineniveau hoog genoeg te houden. Dat betekent dat een introvert overprikkeld is als het dopamineniveau te hoog is, en dat een extravert dat niveau steeds hoog genoeg probeert te houden door die prikkels net op te zoeken.

Verschil 3: onze connectie met mensen
Onze interactie met anderen is wellicht het meest zichtbare verschil tussen introverten en extraverten. Introverten zijn graag alleen, maar hebben ook connecties met anderen nodig. Een mens is en blijft immers een groepsdier (shock, introverten zijn geen aliëns). Het verschil is dat introverten eerder één-op-één connecties zoeken, en extraverten prima aarden in een grotere groep. Het verklaart bijvoorbeeld waarom een introvert zich in een grote groep overweldigd kan voelen, terwijl een extravert blij is met zoveel prikkels om zich heen.

Naast die drie verschillen zijn er nog een heleboel dingen waarin introverten en extraverten van elkaar verschillen. De informatieverwerking bijvoorbeeld (al denkend vs. al pratend), of hoe we ons profileren naar de buitenwereld toe (gesloten boek vs. open boek). Meer dan genoeg om in de toekomst over te schrijven, maar op dit moment ontkracht ik liever eerst de misverstanden die ik in het begin van het artikel al aanhaalde: nee, introverten zijn niet altijd verlegen, stil of asociaal. 

Belangrijkste misverstanden

  • Verlegenheid betekent zoveel als ‘de angst of onzekerheid in sociale situaties’. Dat staat volledig los van introversie, waarbij het dus gaat om waar je energie van krijgt en hoeveel prikkels je nodig hebt. Zo kunnen extraverten net zo goed verlegen zijn. Ik ken extraverten die liever niet in de belangstelling staan, terwijl comedienne Amy Schumer (een zelfverklaarde introvert) de show steelt op podia en het witte doek.
  • Veel introverten houden van stilte, maar daarom zijn we dat niet altijd. Bij onbekende mensen ben ik bijvoorbeeld eerder afwachtend, maar bij mijn vrienden ben ik allesbehalve stil. Introverten zijn ook uitstekende luisteraars. Als in: je hebt twee oren en één mond, om twee keer zoveel te luisteren als te praten. 
  • Asociaal ben je als je weinig tot geen rekening houdt met andere mensen, dus het lijkt me wel duidelijk dat dit niets te maken heeft met introversie of extraversie. 

Zwart-wit
Nu heb ik het de hele tijd over introversie en extraversie als tegenovergestelden, maar de wereld is niet zo zwart-wit. Je kan de persoonlijkheidseigenschappen het best zien als een schaal waarop iedereen balanceert. Je kan neigen naar introversie of extraversie, maar er zijn ook mensen die zich in het midden bevinden: ambiverten. Daarnaast heeft iedereen ook introverte en extraverte momenten, naargelang het gezelschap en de omgeving. Als we 100% introvert of extravert zouden zijn, dan hoorden we wellicht thuis in de psychiatrie.

Natuurlijk ben ik benieuwd naar waar jij jezelf ziet op de schaal introvert – extravert en hoe je hiermee omgaat. Als je na het lezen van dit artikel trouwens nog beweert dat introversie hetzelfde is als verlegenheid, dan trek ik al je haar uit. 🙂 🙂 

Hello from the other side

Ik ben Kelly, 24 jaar oud en dus op en top twintiger en lastige millennial. Ik ben soms wel eens hipster (zo drink ik ’s ochtends altijd een latte macchiato met een schep suiker op en doe ik alsof daar totaal geen calorieën inzitten) maar ik ben eigenlijk vooral een schaap dat toevallig op deze wereld is terechtgekomen.

Ik kies de verkeerde rij in de supermarkt (in de file kies ik soms wel de juiste, maar dat komt omdat 90% van Vlaanderen geen verkeersinzicht heeft, dus dat telt niet). Ik kies verder standaard verkeerd en liefst kies ik gewoon niet. Mijn sterrenbeeld is weegschaal dus volgens de sterren zijn besluiten nemen horror (beschuiten dan weer niet, lekker).

Daarnaast ben ik introvert en heb ik misschien vijf vrienden – en dat vind ik zo al vermoeiend genoeg. Hoe doen mensen dat toch altijd, zo’n sociaal gevarieerd leven bijhouden? Oh, het Grote Mysterie van de Mensheid.

Ik heb mijn leven ook niet op orde. Weet je waar ik dus jaloers op ben? Als in: jaloers zoals een onzekere echtgenote die denkt dat haar lelijke man vijf verhoudingen heeft maar in werkelijkheid gewoon gaat vissen? Dat niveau jaloers ben ik op mensen die agenda’s bijhouden met kleurencodes en al die shizzle. Ik vind dat oprecht cool en ik heb dat echt al een miljoen keer geprobeerd, maar ik hou dat dus niet vol hè. Ik heb zelfs een bullet journal maar die is leeg sinds juni.

Wat ik ook niet heb: een lief, een eigen huis, een megacoolefantastische job waarbij ik niet random denk “oh my god, waarom landt hier nu geen meteoriet”. Ik heb ook geen getraind tempellichaam of Belle en het Beest-bibliotheek. Mijn 7-jarige ik had mij “zo belachelijk saai” gevonden. Het is wat het is.

Maar ik kan heel misschien wel een stukje schrijven. Enfin ja, ik doe het wel graag, dus daar moet je het maar mee doen hier. Ik kan natuurlijk ook andere dingen wel, zo kan ik goed:

  • moorden en mysteries oplossen in boeken en daarbij een tweedelige emotie ervaren: enerzijds ben ik trots op mijn hersenen die toch eens intelligent blijken te zijn, anderzijds ben ik geïrriteerd omdat ik ook wel eens verrast wil worden, godmiljaar
  • met mijn grootlichten knipperen naar middenvaksrijders
  • de autodeur tegen mijn neus dichtgooien

Deze blog is tot stand gekomen omdat ik begon te vermoeden dat ik toch werkelijk niet de enige kan zijn die het ontzettend bizar vindt dat mijn leeftijdsgenoten dingen doen als baby’s maken. Dat is toch next level. Ik ben al blij als ik een maaltijd maak. Ik geef je hier dus een kijkje in mijn realiteit als twintiger. Je leest wat me bezighoudt, welke boeken ik heb opgescharreld en andere dingen die ik toevallig ontdekt heb. Alles wat mij als twentysomething bezighoudt lees je (duh) onder het tabblad twentysomething en als je een extraverte introvert bent zoals ik, dan lees je ook het een en ’t ander daarover onder het tabblad introversie.

Alles bij elkaar opgeteld vind ik oprecht dat ik subsidies van de overheid verdien voor deze blog. Zo wil ik graag tonen dat ik niet speciaal ben en dat jij dat ook niet bent. Je bent gewoon doodnormaal en je zal doodnormaal sterven. En dat is dubbel en dik oké, blijf maar je doodnormale zelf. Tenzij je spaties voor je leestekens zet, dan moet je dat dringend veranderen.

de groetjes hé