coronaverhaal

Photo by Christian Stahl on Unsplash

Ten tijde van corona plezier ik jullie allen met een … coronaverhaal! Het is complete onnozele fictie maar nu mag dat hè. Ik heb al zoveel coole dingen gezien (op nr 1 de haribobeertjes tijdens een optreden), dat ik ook wel iets uit mijn creatieve mouw wou schudden. Waar een ander dus aan beertjes of aan vlogs doet (familie Verhulst), valt er hier een MEGASPANNEND vervolgverhaal te lezen. Het is met de actualiteit en alles, het zou dus ZOMAAR echt kunnen gebeuren. Allezja. Welkom in de wereld van mijn hoofd. Je kan hier elke dag komen lezen, wat in feite gewoon een verplichting aan mezelf is om elke dag verder te schrijven, haha. En als er eens niets komt heb je pech want dan had ik blijkbaar geen inspiratie want schrijven is wel een creatief proces hè gasten. Dat komt of dat komt niet. Of ik ben lui. Vrije keuze. 


Dinsdag 24 maart. Dag 11 sinds de restaurantenquarantaine: welkom ten huize Kaat. Het is 13:43 en ze heeft intussen 17 paaseieren, 3 speculoosjes, een chocoladewafel en 5 kerstomaten gesnackt. 

Het schijnt dat het een goed idee is om je telefoonbuur een sms’je te sturen. Telefoonburen jongens, is dat niet iets uit de nillies? Ik vermoed dat ik mijn telefoonburen ergens in 2005 al eens een berichtje heb gestuurd, zo net voor het hip werd om zoiets te doen. Zo gaat dat dan met mij: als iets hip is vind ik het niet meer leuk. En als het weer anti-hip is, dan ben ik er als de kippen bij om het weer cool te vinden. Ik ben superrebels, zie je. Maar telefoonburen, dat is fascinerend. Twee mensen die een telefoonnummer lager en een telefoonnummer hoger hebben dan ik, die ergens op de wereld ronddolen. Als men hen vraagt naar hun telefoonnummer dan antwoorden zij exact hetzelfde als het mijne, alleen het allerlaatste nummer verschilt! Ontzettend boeiend. 

Ik doe al even een gok naar mijn telefoonburen en hun mogelijke antwoorden op mijn enthousiaste “hey telefoonbuur!”-berichtje. 

Mijn telefoonbuur -1: Jos

Jos is vijf jaar geleden geëmigreerd naar Malaga nadat zijn prijsduiven allemaal gaan vliegen waren. De duiven waren Jos en zijn lange wenkbrauwharen beu en besloten gezellig nestjes te bouwen. Jos reageert 48 uur later op mijn sms’je: “Moet ik hier voor betalen??? Wat is dat voor ne zever STOP KAPITALISME!!&!!!”

Mijn telefoonbuur +1: Marianne

Marianne is een ploetermoeder van drie. Tof mens, denkt dat ze chips voor de kinderen koopt maar koopt het absoluut voor zichzelf (geen van haar kinderen lust pickleschips). Ze antwoordt met een wazige foto: “hallo, groetjes van de 3 kids!!!”. Waar je dus nog minder aan hebt dan de Jos – en dan is het triestig gesteld. 

Ik zet mijn serie op mute en pruts aan twee draadjes die zijn losgekomen van mijn dagpyjama. Is het niet iets voor de hopenlozen onder ons om je telefoonburen een sms’je te sturen? Wie doét dan nu nog, corona of niet? Of moet je daar niet net heel bubbly voor zijn, heel ad rem, want wat zeg je in godsnaam tegen je telefoonburen? Hallo, ik ben je telefoonbuur en ik heb geen leven tijdens corona (anders ook niet hoor, maar dat hoef jij toch helemaal niet te weten) dus ik kom jou even lastig vallen als jou dat schikt. En ook als jou dat niet schikt, haha! Kusjes (of niet!)

Maar werkelijk, het ergste dat er kan gebeuren is dat mijn telefoonbuur een track en trace op zijn telefoon heeft en een psychopaat is met bijlen. Die komt dan ‘s nachts mijn deur in rammen en mij in mootjes hakken om die stukken later te verkopen bij voedselschaarste. Als dat hamstergedrag zo doorgaat, dan peuzelen mensen mij binnenkort op. Zo’n lugubere fantasie: het schijnt dat dat meer zegt over mij dan over een ander. (Is een bijl tegenwoordig een noodzakelijk product? Asking for a friend). 
Het zou ook zomaar kunnen dat mijn telefoonbuur een extreme extravert is, dat is dan het op één na ergste scenario. Die zou me dan onmiddellijk willen bellen (want dat praat toch makkelijker? Neen!) of skypen of facetimen of meer van die oorlogstoestanden. 
Aan de andere kant: je kan ook zomaar van nummer veranderen. Of andere nummers deblokkeren, nog makkelijker! Niets houdt mij tegen. Mijn telefoonbuur zou zelfs zomaar de liefde van mijn leven kunnen zijn en we zouden òòk nestjes kunnen bouwen. Ik wil maar zeggen.

Verder zit het ook zo: ik ben jarig over vijf dagen. Dat is op een zondag, en vorig jaar was dat op vrijdag, want dit jaar is een schrikkeljaar. En nu mag ik wel altijd doen alsof ik verjaardagen enorm haat (ik haat ze wel een beetje, maar niet zo hard): ik heb nog nooit een verjaardag gevierd zonder mijn grootouders. En mijn familie bestaat enkel uit mezelf en mijn oma en opa. En dat klinkt eenzaam, en dat is het soms totaal niet en soms heel erg. En vooral nu zondag. 

Dus ik denk dat ik gewoon een sms’je stuur naar mijn telefoonbuur.


Woensdag 25 maart. Dag 12 sinds de restaurantenquarantaine. Status: Kaat heeft voor het eerst in drie dagen een bh aan. 

Voor ik een sms’je stuur en voor ik beslis wat daar in komt te staan, moet ik eerst uitmaken of ik een bericht stuur naar mijn +1 of -1 nummer. Ik heb een voorkeur (oké, een zeer lichte obsessie) voor oneven nummers. Ja, het grootste deel van de bevolking schijnt dat voor even nummers te hebben en zet het volume van de radio op 8. Ik vind acht ronduit een zeer lelijk getal. Ik kan zelfs niet kijken naar 8. Doe mij maar 7, heerlijk. Of 9, want dat is drie keer drie. Hmm, ik word er al helemaal warm van. 

Het zou dus makkelijker zijn mocht ik opgezadeld zitten met een even laatste nummer. Misschien had ik dan al een ander nummer genomen, maar dat is nu even de kwestie niet. Mijn nummer eindigt op 77 (voel je het? Ooo hemel) dus ik moet kiezen tussen 76 of 78. Ik wil eigenlijk voor 79 gaan, maar technisch gezien is dat mijn telefoonbuur niet meer. Is dat dan valsspelen? 

Had ik famous geweest op Instagram, dan had ik het kunnen vragen aan mijn volgers. Met een poll, of heet dat tegenwoordig niet meer zo. (Ik word oud, en zondag nog ouder. Ik haat verjaardagen! Maar niet heus. Ik wil taart, en met vers fruit, maar met fruit erbovenop en niet vanbinnen want dat vind ik vies. En geen krieken. Niemand lust dat. Schaf dat toch in godsnaam af). Mijn volgers hadden dan kunnen kiezen tussen 76 of 78 of me stiekem 79 kunnen influisteren. En ik zou mijn hele verhaal kunnen delen met hen, met livevideo’s! Ware het niet dat ik niet zo verlegen zou zijn, uiteraard. Ik bedoel mezelf in een andere gedaante. In een betere versie van mezelf. Vanzelfsprekend. 

Mijn gedachten met de livevideo op Instagram brachten me naar een echt idee: videochatten met mijn opa. Die man kan dat, want zo is hij, en af en toe springt mijn oma mee in beeld. Ik laat even rinkelen en zie mezelf ondertussen al in beeld. Ik vraag mij af of ik er altijd uitzie als een mix tussen een walrus en een kalkoen, maar dan hoor ik gerochel en komt er iets wazigs in beeld.

“Dag kregel.”
“Dag bompa! Doe het licht eens aan, ik zie je niet.” 
Ze hebben felroze verlichting. Ze vinden dat grappig voor de passanten. Ik zie een pilotenbril en drie plukken grijs haar verschijnen, gebaad in een prostitutielicht. 
“Hoe gaat het met jou en bomma?”
“Vreselijk. Met jou?”
“Hetzelfde! Dus, ik wil mijn telefoonburen lastig vallen, dus dat zijn de mensen die een telefoonnummer lager of hoger hebben dan het mijne. Alleen, ik hou niet van even nummers. Mag ik dan een oneven nummer nemen of telt dat niet meer?”
“Je bent gek in je hoofd. Ik begrijp er niets van.” 

Dat bracht ook niet veel op. Mijn oma wordt stilaan zo dement als de achterdeur, die breit tegenwoordig steeds maar truien voor de hond zodat die er knusjes bij zit aankomende winter, maar de hond is dood. Al een jaar of 10. 
Oma was verpleegkundige dus die begrijpt corona vaak tot in detail. Soms tot vervelens toe, want dan wordt ze midden in de nacht wakker en zegt ze: “zuurstof geven en monitoren.” Het is nog maar één keer gebeurt dat ze zei: “wat heb jij toch met Corona? Dat hebben wij niet in huis hoor, enkel Jupiler. Wat is dat nu weer voor een rare vraag, Alfons. Dringend eens naar de dokter gaan.”

Goed, rond de telefoonburen heb ik een beslissing gemaakt, als de autonome vrouw die ik ben met 24 uur vrije tijd per dag. Het zit zo: ik heb geen zin in die overbodige “hey”-berichtjes. Ik vind dat we meteen tot de kwestie moeten komen, en dat is: het is corona en we zijn allemaal eenzaam. En als je dat niet begrijpt dan mag je mijn telefoonbuur niet meer zijn. 

Het gevolg is dat ik mezelf introduceer met een vraagstuk:
Hallo telefoonbuur! heb een vraagstuk, één van groot belang. Er zijn twee antwoordmogelijkheden:
A: een egoïstische trut
B: een pathetische seut

Dit is de vraag: 
Corona doet vreemde dingen met mij. Met dank aan Marc Van Ranst en co kreeg mijn levensstijl een naam: quarantaine. Nu voel ik mij de laatste dagen ontzettend verbonden met de wereld, gezien de wereld voor het eerst thuis zit. Wanneer de wereld zich voor het eerst collectief eenzaam voelt, voel ik mij minder eenzaam. De wereld doet geen leuke dingen waar ik niet in thuis hoor – nee, de wereld komt naar mijn klein wereldje. Dat maakt van mij … (A/B). Veel succes met het vinden van de oplossing!

Ik ben alvast benieuwd naar wiens avond ik mag verblijden op deze prachtige 25ste maart. Ik heb nog anderhalf uur om het te verzenden.