Loading...

De kwelling van de vergelijking

Als ik aan vergelijkingen denk, dan komen er spontaan herinneringen naar boven van wiskundelessen waarbij de cijfertjes van pure frustratie uit mijn oren kwamen. Aan die wiskundige vergelijkingen doen we (bijna) niet meer, maar er is een andere, vermoeiende soort voor in de plaats gekomen: de vergelijking met anderen.

Met je leeftijdsgenoten. Met je beste vrienden. Met bekende mensen.

Met je buren. Met je familie. Met de meest random personen op Instagram.

Met alles dat leeft en ademt.

Vergelijkingen op sociale media

Als tiener, maar zeker ook als twintiger (en dertiger. En zestiger) vergelijken we vaak met leeftijdsgenoten. Bij anderen zie ik bijvoorbeeld hoe ze erin slagen een leuke job te combineren met wat artistieke hobby’s. Ze hebben een prachtig huis, leuke vrienden, een goede familieband en een sportief lijf. Het ergste: ze hebben honden die lekker vrij in hun fantastische tuin kunnen lopen en er illegaal schattig uitzien.

Dan word ik er maar weer aan herinnerd dat er geen hond past in mijn appartement en dat mijn job, tja, vaak ook maar gewoon mijn job is. Op de één of andere manier blijf ik zo soms in een spiraal hangen en ga ik mezelf met opzet kwellen. Dan zoek ik Instagramaccounts op van mensen die er griezelig knap uitzien en er in slagen om chocoladetaarten en frieten te eten zonder een gram aan te komen (hoe. dan). Ik vind het ook altijd heel vreemd hoe 18-jarigen erin slagen er volwassener uit te zien dan ik.

Ik weet wel dat sommige mensen zo’n bizarre hersenkronkels hebben dat ze een Instagramfoto nemen met een pizza om er uiteindelijk niet van te eten (again: hoe.dan). Het zal wel dat die mensen het soms ook allemaal niet meer weten en zich afvragen waar hun wereld naartoe gaat. Justin Bieber zit ook weer in een existentiële crisis, terwijl je ook zou denken dat die jongen alles heeft. Misschien vinden anderen mijn leven wel fascinerend, met die blog en euh ik weet het niet. Dat kan, omdat we vooral het mooiste te zien krijgen online. Deze quote van Taylor Swift bijvoorbeeld is er echt boenk op:

Everyday we go online and we scroll through the highlight reel of other peoples awesome lives. But we don’t see the highlight of our awesome lives – all we see is the behind the scenes of our lives (…). You see your doubts. You see your fears. You see your concerns. You’re the only one that’s inside your brain, feeling all of your anxieties.

Taylor Swift

(H)eerlijk beeld van Selena Gomez: echt zo’n foto van hoe je zelf ook een dag aan het strand doorbrengt met je vriendinnen. Zo’n fantastische momenten waarbij je haar alle kanten uitvliegt.

Mocht je je afvragen waar dat eeuwige vergelijken toch hemelsnaam komt, dan is er daar wel een verklaring voor. Vaak wordt ons aangeraden om ‘te stoppen met vergelijken’ of ‘dat we ons alleen met onzelf moeten vergelijken’, maar het is een volkomen normaal fenomeen. Ik ben zeker geen psycholoog, maar ik vind psychologie wel kei-interessant, dus hier komt een theorie:

The social comparison theory

Ergens in 1954, zo ongeveer toen Elvis Presley ook aan zijn carrière begon, kwam psycholoog Leon Festinger tot een theorie: the social comparison theory – de sociale vergelijkingstheorie.

Volgens zijn theorie baseren we onze zelfwaarde dus op hoe goed we het doen tegenover anderen. Eigenlijk doen we dat het liefst met objectieve criteria, maar als we die niet vinden vergelijken we dan maar met anderen. Dat kan op verschillende domeinen: carrière, aantrekkelijkheid, intelligentie …

In die vergelijking heb je twee belangrijke soorten:

  • upward comparison

Je doet aan opwaartse vergelijking als je je vergelijkt met mensen het beter doen dan jij. Dat kan heel positief zijn, omdat je zo duidelijkere doelen kan stellen. Je gaat op zoek naar wat je kan verbeteren om even goed te worden als persoon X. Het schoolvoorbeeld daarvan is dat Yasmina chirurg wil worden en dus extra goed oplet in wiskundelessen. Rolmodellen hebben is leuk, want je leert jezelf uitdagen. Het gevaar schuilt mijn inziens eerder in het proberen verbeteren van jezelf op te veel verschillende vlakken. Oh, die heeft een succesvolle carrière? Dat wil ik! Oh, en die een leuk gezin? Dat wil ik ook! En een creatieve hobby? Tof, moet ik ook doen! Een sportief lichaam? Ai, ik moet dringend meer gaan sporten. Iemand die fantastisch kan koken? Oei, ik moet precies iets doen aan mijn kooktechnieken. Alleen is koken misschien niet je talent (so me) en heb je misschien wel een talent voor organiseren of voor knutselen. De druk ligt hoog. Zo vertelde ik in één van mijn eerste blogpost al over hoe we met sociale media onszelf op ieder moment kunnen vergelijken: vroeger gingen mensen naar de wekelijkse markt daarvoor, nu kan je bijna voortdurend ildyllische vakanties naar Bali zien in nog idyllischere bikinilijven.

  • downward comparison

Dat is wanneer je een verdwaalde marginaal tegenkomt op Facebook en denkt ‘goh, ik doe dat toch eigenlijk niet slecht hè’. Je vergelijkt jezelf dus met mensen die het minder goed lijken te doen dan jij. Geef toe, we doen het allemaal wel eens en we voelen ons daarna beter – helemaal niets mis mee.

De moraal is dus eigenlijk dat beide vergelijkingen oké zijn, maar dat je ze niet te veel mag doen. Als je te veel upwards vergelijkt dan verander je in een onzeker schaap, en als je te veel downwards vergelijkt dan word je een arrogante aap. Niet leuk. Niet doen.

Nu je dus weet wat de theorie erachter is, kan je je vergelijkingen ook beter begrijpen en je kan ermee aan de slag door jezelf er bewust van te zijn dat je opwaarts of neerwaarts vergelijkt. Of je kan gaan vergelijken of je meer of minder vergelijkt dan andere mensen. Hmm. 🙂



You might also like

No Comments

Leave a Reply

CommentLuv badge

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.