Ik heb ruzie met die madam van Fluvius

Jongens jongens jongens, ik had weer wat voor deze week. Ik trippel alweer om het te vertellen! Nee maar, het was een gewone werkdag en mijn werkdag werd verstoord door iets. Het moge een wonder heten dat ik er een beetje deftig uitzag: ik had een jogging aan maar ik had OOK een bh en een trui aan toen mijn bel ging. Mijn pakketjes komen inmiddels weer aan de lopende band toe – dan stel ik me voor dat er echt een lopende band is, zo’n rolband van op de luchthaven, piep piep kapperschaar van bol.com, piep piep katteneten en dan rolt dat van die band, recht in de armen van die lieve pakjesbezorgers! Ik dacht dat het één van die dingen ging zijn en spurt naar mijn deurbeltelefoon (want stel je voor dat ze alweer weg rijden!!) en hoor: ‘Fluvius. Kan u mij binnenlaten?’

‘Fluvius!’, denk ik. ‘Wie is dat nu weer!’ En van binnenlaten krijg ik stress, want niemand komt mijn appartement binnen zonder schriftelijke toestemming. Samengevat schiet ik een een stressreactie van jewelste en denk ik die vrouw daar beneden te gaan villen want zij stoort mij onverwachts en dat doet niemand ongevraagd.

Ik doe de deur open en kijk vragend.
Nog voor ik mijn mond kan opendoen zegt een fors mens met rood haar: ‘Ik ben van Fluvius en ik kom uw meterstand opnemen.’
Fluvius, denk ik. Verdorie toch. Van waar ken ik die ook alweer. ‘Ik ben niet bij u aangesloten’, antwoord ik. ‘En ik heb vorig jaar mijn meterstanden zelf doorgegeven, dus ik zal dat nu ook wel doen.’
Mevrouw wordt ongeduldig en zegt: ‘natuurlijk niet juffrouw, wij zijn een netbeheerder. U moét mij binnenlaten!’
MOETEN? Ik moet juist niets. Van moeten en binnenlaten in één zin krijg ik nog meer stress en dan kan ik nog minder helder denken dan in normale omstandigheden, en dat is om het zo te zeggen, al aan de lage kant. Ik vertrouw haar nu al helemaal niet meer en ik ben ervan overtuigd dat ze mij komt oplichten. Ik kijk nog eens naar haar petje waar Fluvius opstaat maar ben zeker: ze zal mij iets aansmeren van zodra ze één stap binnenzet.
‘Nee. Ik geef het zelf wel door’, herhaal ik en als ik de deur wil sluiten roept ze nog: ‘het is dan uw schuld als er brandschade is! Ik zal doorgeven dat je mij de toegang geweigerd hebt!’ en net voor ik de deur volledig sluit roep ik vrolijk terug: ‘dat mag!’

Ik stamp terug naar boven en zeg al tegen mijn kat: ‘hebt ge dat nu alweer geweten, weeral oplichters aan mijn deur!’. Ik refereer met ‘weeral’ naar ergens in 2019 toen er twee mannen van één of andere vage energieleverancier (zeker Luminus! Al die -ussen zijn niet goed) aan diezelfde deur stonden en perse mijn energieplan wilden bespreken. Anyway ik google Fluvius en ik lees ‘netbeheerder’ en ik denk: ‘ah shit, dat zijn die van de zonnepanelen van mama. Dat is waar! Die mevrouw was een echte.’ Mijn stressrespons ebt weg en mijn helder denken herbegint.
Fuck. Ahja. Ik had een echte medewerker voor de meterstanden weggestuurd en dan niet alleen die van mij, maar ze kwam ook de meterstanden van de andere bewoners opnemen. Blijkbaar komen die dat om de twee jaar doen. Ik ventileer bij een vriendin en zij wéét dat: ik ben dus weer de kakapo die van niets weet.

Trust Rule GIF - Find & Share on GIPHY

En hoe los ik dat op? Mijn favoriete coping is KLACHTENBRIEVEN versturen! Dat lucht op jongens, heerlijk. Dan ben ik kwaad (maar nog steeds beleefd en met cynische humor hahaha grappig kind toch hè ik dat wil ik dan ook nog steeds tonen) in naam van iedereen die niet op voorhand weet dat Fluvius langskomt en denkt dat het oplichters kunnen zijn.

Op mijn klachtenbrief komt niet binnen de twee uur antwoord. Dat is een catastrofe! Zoals jullie de mevrouw met de rode haar ook hoorden vertellen, zou ik verantwoordelijk zijn voor brandschade. Nu moet je weten dat ik nogal gevoelig ben voor rampdenken en dat het kleinste geluid betekent dat ik sterf. Of dat mijn kat sterft: als mijn kat ’s nachts iets omver gooit, dan weet ik dat ze iets van tafel gooide, maar dan is het tegelijk zo dat ze inmiddels ongelukkig overleden is of tenminste dringend mijn hulp nodig heeft en uit elkaar aan het vallen is. De staart aan het raam geplakt en een oor in de keuken.
Bij de brandschade ging het dus ook zo: omdat mevrouw mijn meterstand niet kwam opmeten gingen de meters dus exact die nacht ontploffen, ging het huis branden en ging iedereen het wel redden maar zou het huis niet meer verzekerd zijn en zou dat betekenen dat ik dus door mijn idioterie voor de rest van mijn leven gigantische schulden zou moeten betalen. (Dat lijkt er misschien onnozel uit te zien maar lees mijn blogs en het is allemaal nog zo raar niet. Ik heb niet eens een familiale verzekering, mijn bankdirecteur vindt mij ook heel dom).

Dat moest dan ook nog eens opgelost worden, want anders ging ik, nu ja, dood. Ik belde naar Fluvius en het moet gezegd zijn: ik verafschuw bellen. Ik haat het! Ik oefen dat in op voorhand, schrijf dat op, zodat ik zeker niet kan vertellen dat ik pakweg Jane Kruid heet ofzo. Nee maar, je weet nooit, als die medewerker opneemt schiet ik altijd in zo’n kramp dat ik beter voorbereid ben. Heb ik nooit op mijn werk, gek hè, dan zing ik in mijn hoofd terwijl ik bel. Een vriendelijke man neemt op en als ik vertel dat ik zijn collega weggestuurd heb, zegt hij: ‘kan gebeuren!’ en ik doe een half samenhangend verhaal over brandschade uit de doeken. Waarop meneer zegt (een hele lieve mens, nogmaals, heeft mijn leven gered, ik zou moeten meedoen aan zo’n programma’s): ‘o nee, brandschade kan niet gezien worden met een meteropname. Dat is niet waar. Geen zorgen!’ Ik kan zelfs mijn meterstand telefonisch (niet online, dat heb ik gevraagd) doorgeven! Mevrouw hoeft dus niet meer langs te komen! Halleluja hoezee hallo!

De meneer (ik heb zijn naam vergeten vragen, zeer jammer) gaf mij ook door dat mevrouw niet had doorgegeven dat ik niet had willen meewerken maar mij op afwezig had gezet, dus ik wist dat ik haar nog eens mocht verwachten. Nu heb ik een straatzicht vanaf mijn raam aan mijn bureautje en mijn oog detecteert gevaar ONMIDDELLIJK, en wie zag ik vandaag trippelen? EWELJA! Ze was in een zeer geanimeerd telefoongesprek en ik vroeg mij een beetje af of mevrouw toevallig in gesprek was over mijn klachtenbrief. Ze heeft nooit aangebeld. Ik vind het zeer grappig en zeer dramatisch. Fantastisch allemaal!

Ik ga straks mijn meterstanden noteren. Ik hoop van harte dat ik ze een beetje vind, die meters. Vorig jaar had ik problemen met het verschil tussen de gasmeter en die van het water. Ah ja.

Dingen die mij ergeren (en ook dingen waar ik blij van word, want ’t is donker buiten enzo en TJA)

Ik erger mij de hele dag door, en je zou denken dat dat heel vermoeiend moet zijn van mij. Dat valt gelukkig mee! Ik erger en ik ga door met mijn leven. Tegelijkertijd is het zeer vermoeiend om mij te zijn: dat is iets anders. Dat komt omdat ik niet uit een glas water kan drinken. Ik ben geen normaal persoon. Ik giet naast mijn mond, en ik snap niet eens hoe het komt. Ik erger me dus als het ware aan mezelf! Gezien we nog steeds een half uur daglicht per dag lijken te hebben, dacht er meteen wat geluk aan toe te voegen. Het leven bestaat niet uitsluitend uit ergerenissen. Wel bijna, maar echt in de verste verte ook niet. Trouwens, tussendoor: 2021 is precies zo’n raar jaartal? Lees dat eens goed, ik vind het zo futuristisch?

Ergernissen

  • Volwassenen die de emoji’s met de aapjes gebruiken en dan vooral die ene met zijn handen voor zijn ogen. Ik weet niet wat die uitsteekt, maar zeg gewoon waar het op staat. Ik krijg daar jeuk van. ZOVEEL coole beestenemoji’s en toch een apenhoofd pakken?
  • Dieetgoeroes met een shaker in hun handen en een zelfverzonnen kruid, “KatjaKurkuma” ofzo. Dat kost dan 35 euro per 100 gram en is eigenlijk kurkuma van de Colruyt, maar dan met glitters in. Daarnaast is de algemene boodschap ook altijd: koop selder. Altijd selder drinken. Selder bestrijdt vet, vermoeidheid, regen en corona.
  • Dieetcultuur in ’t algemeen.
  • Dat ik haar van mijn kat opruim uit de zetel en dat er direct daarna weer ligt. Ik begrijp dat niet.
  • Pop-ups! Wil ik mij inschrijven voor de nieuwsbrief? NU NIET MEER!
  • Stof. Overal stof. Dood aan stof.
  • Online coaches en therapeuten. Ik moet de tekeningen van mijn kind (?) analyseren, want aan de boom (ahnee giraf, uiteraard!) moet een diagnose gelinkt worden. (spoiler: het kind is hoogbegaafd). Ik zal wel overdrijven. Ik lees ook: “de grootste fout om te vermijden als je wil stoppen met piekeren.” Ik ben in de war. Daarnaast weet ik ook niet wat ik wil (eten) en vind ik het leven wel al eens stom dus op basis daarvan heb ik ZEKER een quaterlifecrisis. Dit alles is mij gediagnosticeerd op Facebook.

Gelukkenissen (hahaha dat woord bestaat niet maar nu wel)

  • Als mijn haar net gewassen is en net droog is. Zo lang, zo zacht, zo proper. Buig voor mijn haar jullie plebs! Geen zorgen: het duurt welgeteld zes volle uren. Daarna mag je stoppen met buigen, want dan wordt het vettig.
  • Autorijden op een rustige autostrade net na zonsondergang, met de lucht die roze is en op een goede manier in brand lijkt te staan. En dan, onverklaarbaar weten: ’t komt allemaal wel goed.
  • De eerste vorst van ’t jaar! En opstaan en buitenkomen en denken: maar kijk nu, hoe is dat toch allemaal mogelijk eigenlijk?
  • Wanneer iemand random in een zin een mooi woord gebruikt en ik denk: wat een woord, ongelooflijk dat er woorden bestaan en zulke mooie nog wel. (En dan herhaal ik dat woord in mijn hoofd tot het lelijk wordt)
  • Bloggen en medebloggers! Als ik reageer op je blog dan vind ik je echt leuk. Melig hè! Het zijn dan ook gelukkenissen.
  • Kippen
  • Vogels bestuderen: ah dat is een pimpelmees! En een koolmees! Een mus! Een roodborstje! Kijk, hij eet! (Tot daar mijn kennis, maar als ik gepensioneerd ben word ik vogelaar)
  • “Uw pakket wordt tussen 15:00 en 16:00 geleverd”
  • Herkenning: een ander persoon – een persoon die je bewondert of graag hebt nog wel – heeft hetzelfde rare, bijzondere, bevreemdende gevoel als jij.
Photo by Donna Elliot on Unsplash

Kelly’s bevindingen #10: goede bullshit voornemens

‘En, wat zijn uw goede voornemens voor 2021, Kelly?’
‘Wat zijn uw doelen?’
‘Gaat ge zotte dingen doen dit jaar?’

IK WEET HET NIET, OKE? Ik weet nooit iets. Ik ging al bijna schrijven: ik weet nooit niets, dat is een fout die ik dikwijls maak. Dat zou dan weer betekenen dat ik alles weet, want ik weet nooit niets is een dubbele ontkenning. Mijn wiskundeleraar wees me daar ooit op: het was alle chance een toffe mens, maar ik ben het nooit vergeten – vooral niet dat begot een wiskundeleraar mij op een taalfout moest wijzen.

Ik vind het op zich wel mooi, hé: er is een gloednieuw jaar in zicht en we kunnen daar plannen voor maken. 365 new chances om uw leven te verpesten: allez, hoe tof! Ik word alleen ook zenuwachtig als ik hoor of lees welke plannen mensen dan hebben en zoals Lesley van euhnee al zei lijkt het nogal stom (of zwak! oh sta me bij) om tegenwoordig niet mega-ambitieus te zijn. Dus de algemene boodschap is: stel doelen, en ’t is niet gelijk dewelke, want er moeten er bijzitten rond sport (iets met stappentellen!), reizen (maar niet te ver!), vrijwilligerswerk, creativiteit, gezond eten (veggie vegan vietnamees), geld besparen (spreadsheets! no buy!), en als laatste doel: meer genieten!
Méér dit. Mínder dat.

Ik word er altijd op voorhand al moe van. Als ik iets opgelegd krijg doe ik het ook liever niet: ik was zo’n student die een prachtige examenplanning maakte en dan op dinsdag dacht: literatuur vandaag? Nee, jong, geen zin in, en voor de schijn (want nog steeds student) er een ander vak bijnam. Ik stel geen leesdoelen, want als ik er stel, dan denk ik: ik kan toch wel MAKKELIJK 100 boeken per jaar lezen! Da’s niets! Wat is 100 nu! En dan besef dat 100 twee per week is. En dan is ’t om zeep en lees ik er twintig. Go with the flow, doe ik dus altijd. Zin om te lezen? Dan lees ik. Geen zin? DAN NIET! Nu heb ik een leesmood. En ’t is genieten ze. Als ik ze niet heb, dan is het pech, en dan doe ik wel wat anders. Ook goed.

We blijven ook moeiteloos optellen. 20 doelen voor 2020! 21 voornemens voor 2021! Als we (en ik mag ’t hopen) nog allemaal aan het bloggen zijn tegen 2029 (dan word ik 35 hahahahha) dan stellen we 29 doelen. Doe eens normaal. Om dan op ’t einde van ’t jaar te zeggen: ik heb de helft niet gehaald (want ik was de helft vergeten, logisch) en nu voel ik mij een beetje mislukt. Ahja, genieten, oeps, dat was ik vergeten.

We moeten ook al veel. Misschien moeten we voornemens eens veranderen. Dat zou dan zo gaan:

  1. één boek lezen
  2. veel koolhydraten fretten
  3. persoonlijk record serie bingen verbreken
  4. in mijn plaatselijke tuin of op mijn plaatselijk terras zonnen
  5. Want ahja, doelen zijn zwaar overroepen
  6. Dus laat maar zitten allemaal
  7. Ik doe gewoon normaal, en da’s eigenlijk al heel veel
  8. De groetjes, ik ga lezen.
  9. OH MY GOD!

Terzijde: goede voornemens doen nadenken. Da’s oké. Zolang een mens nadenkt over wat hij zelf graag wil en niet over wat een ander eigenlijk wil gaat en zeilt het goed. Denk ik bescheiden.

Mijn liefste 2020

Ik schreef het al eens ergens: 2020 was een topjaar. Voor mij. Het zal wel dat 2020 voor veel mensen een ellendig jaar was met veel verlies (of dat nu van festivals, lieve mensen, creativiteit of tijd was) maar voor mij was het zo een schoon jaar.

Het was corona. Awelja, dat weten we nu allemaal. Die tijd van adrenaline en chaos, daarin dartelde ik rond, want ooit was dat exact waarin ik leefde. Dagen van oppassen, niet weten wat je zal aantreffen overdag en ’s nachts, en dat het altijd overtreft, ook al dacht ik dat dat niet meer kon. Dat we het ergste gezien hadden.
Er waren persconferenties met drama en ik wou méér, het hele land plat, ergste scenario’s. Toen werd het rustig: winkels dicht, de straten verlaten, de lucht helder. Ik at ’s morgens altijd een speculoosje bij de koffie en ik leerde veel.

Ik leerde wie ik ben. Niet helemaal, maar wel een beetje. Welke muziek ik tof vind – zonder dat een ander die tof vindt. Ik ga volledig op in mijn aquarel, lees boeken waar ik mezelf ooit te dom voor vond. Ik begrijp het dan soms nog altijd niet, maar dat boeit mij dan niet. Ik kan ook de enige niet zijn, denk ik dan. Iedereen doet alsof. En dan eet ik nog een mellow cake van den Aldi, want chance dat die dingen er nog zijn.

Ik leerde dingen over onveilige hechting en trauma en vooral over hoe en waarom ik ben wie ik vandaag ben. Dingen kregen een naam. Mezelf kreeg vorm. Dat ging goed, maar vooral fucked up niet goed. En toch: heel goed. Boos zijn, moeten voelen. Dat doe ik niet graag. Leren vertrouwen – een ander mens dan mezelf. Wat is dat voor iets eigenlijk, dacht ik. Wel schoon. Altijd struggelen daarmee, leren dat veel dingen verre van oké waren, daar kwaad op zijn. Compassie leren hebben met mezelf. Leren dat gevoel oké is, veel gevoel ook, dat ik heel gevoelig ben (eikes). Gevoelig zijn eigenlijk toch leuk vinden. Want ja, opgaan in bos en buiten en een vogel en poëzie en alle mooie dingen, daarvoor heb ik dat nodig. Zonder is alles maar kaal. En ik hou niet van de winter.

Ik heb de horeca gemist. Ik mis ze. ’t Zal wel zijn. Maar ik heb ook een heel mooie zomer gehad: we kregen hittegolven, ik deed terraskes met rosé, ik ging buiten zwemmen, kreeg plasstress in Frankrijk, riep tegen de GPS, kon niet slapen, keek naar de maan buiten, deed dom met vriendinnen zoals dat eigenlijk alleen in de zomer kan, las duust boeken en vond mijn maatje bij Kya in Daar waar de rivierkreeften zingen. Kya, da’s ikke. Ik ga er nooit over zwijgen. Het interesseert mij niet, maar ze zouden me er eigenlijk voor moeten betalen.

Mijn werk is mijn werk dat ik vaak niets vind maar het is het beste van ’t slechtste, en ik heb lieve collega’s. Ik wil iets creatiefs doen naast mijn job en ik zoek en zoek en zoek en wil altijd schrijven, maar twijfel, en weet nooit hoe. Eén ding weet ik: mijn woorden zijn van mij, schrijven zit zo verweven met mij dat het mijn identiteit is. Ik besta niet zonder, het is alsof het als breiwol verspreid en gehecht vanbinnen in mij zit.

Mijn leven valt dikwijls niet te organiseren. Als ik zeg dat ik maar wat doe, dan doe ik ook echt maar iets. Ik trek mij dat ook niet aan, eerlijk gezegd. Ik lach daarmee, met vuile ramen of dat ik eten laat aanbranden of mijn plant laat doodgaan. Dat ik te laat kom, geen systemen heb, dingen laat slingeren en kapotmaak. Ik ben geen volwassene (wel een kakapo hè). Als ik één ding kan, dan is het relativeren als de beste. Er zijn ergere dingen. Altijd. ’t Is maar dit. Ik ben snel kwaad op kleine dingen, maar dat is direct weer gepasseerd. ’t Gaat allemaal over. Ik heb het niet voor zelfmedelijden: soms tot treurens toe maar hé, durf eens appreciëren. Er is dikwijls veel. Durf zien. Niet altijd, maar misschien wel meestal.

Ik trippel in mijn schildershemd en zou het leven kussen, door mijn open raam met de wind meezweven, en daarna vind ik het vreselijk en denk ik dat ik er nooit uit ga ontsnappen. Het is zo beklemmend, zo eindeloos, zo veel en zo weinig, zo bepalend en onbestemd, zo stom en zo schoon. Wat moeten we daarmee? Het opeten, er eens van proeven en kijken hoe het smaakt? Kon dat maar. Het ding is: niemand weet volgens mij echt hoe het smaakt. Het smaakt bij iedereen een beetje anders, da’s zeker. Het is sowieso een beetje bitter, en bij de één al wat bitterder dan bij een ander. Ik hoop op slechts een beetje bitter voor jou.

2020 was rust. Al die rust bijeen, men zou er haast onrustig van worden. Ik vond rust door mezelf te begrijpen. Ik begrijp een ander ook beter, zo. Ik erger mij kapot aan iedereen, welteverstaan, maar daaronder begrijp ik de mens vaak ook wel. Behalve, want er zijn altijd uitzonderingen, in ’t verkeer. Ik haat jullie daar allemaal. Good vibes, Kelly, eindigen met good vibes hè zeg: in 2021 wens ik vrijheid, zon, verse tomaten en een kip die naar mij genoemd wordt. Een mens mag toch dromen hè? Awelja. Ik droom van een kip.

Cursus SUCCESSFUL ADULTING: deel twee

Hello my dear all! Ergens in mei dit jaar konden jullie in deel één al leren hoe jullie een succesvolle volwassene moeten worden. Toen had ik al de volle 25 jaren ervaring en kregen jullie de basiscursus mee. Inmiddels ben ik 26 en moeten jullie betalen. Ik ben inmiddels de meest volgewassene volwassene die je je kan voorstellen – gewassen op het beste wasprogramma: ik weet het allemaal. U kan 59 euro overschrijven, de betaalgegevens vindt u onderaan.

HAHAHA natuurlijk is het gratis. Het is een laat kerstcadeau als het ware! Het moment dat ik trouwens e-books begin te maken moet je je voorraad spaghettisaus uit de diepvries halen en gaan schuilen in schuilkelders. Dan staat de wereld op het punt te vergaan. Bij deze is dat alvast tip 1.

Goed, even terug naar deel één van de cursus: toen waren we nog in de veronderstelling dat corona zou overwaaien en schreef ik dat jullie één Kelly aan afstand kunnen houden. Hebben jullie inmiddels wel eens aan jullie groepsleider gedacht??? Ik heb wel aan mezelf gedacht, soms. Dan stond ik in een wachtrij en schatte ik in of er wel anderhalvemeter afstand werd bewaard en dacht ik: ik ga me gewoon eens leggen en kijken wat er gebeurt. Mijn regel is helaas weinig efficiënt. Dat treft! Ik ben dat ook niet!

Ik wijk alweer af, want we gingen een cursus volgen. We beginnen met de basisregel, herinner je je die nog? Ja? Nee?

Dat is niet erg. Ik kan mij ook nooit iets herinneren. Ik herbekeek bij mijn vriendin/knuffelcontact de finale van de Slimste Mens en ik had de aflevering dus de dag ervòòr gezien en ik wist de antwoorden al niet meer. Dus:

De basisregel was: je moet doen alsof.

Als je het makkelijker vindt om te onthouden, kan je ook altijd de kakapo erbij halen, de mascotte van mijn opleiding: you know, de vogel die niet kan vliegen. Oh, ik ben toch zo vaak een kakapo eigenlijk <3

Zijn jullie klaar voor alweer drie situaties die uit het leven van jullie groepsleider gegrepen zijn? Nee? Jammer.

1. Zalando, my friend

Oké, stel. Je bestelt op Zalando: klikkerdeklik en tegen dat het aankomt vind je de helft alweer lelijk, en van de andere helft past de helft niet en dus houd je daarvan nog een halfje. Dat is wiskunde voor vergevorderden (ik zeg het, ik snap mezelf vaak niet) en je stuurt je pakket dus terug. Hup naar het postkantoor daarmee, hup dat pakket op de andere tien dozen. Komt de postbode een paar dagen later bij je aanbellen: ‘Hallo, een pakketje voor Kelly, van Kelly!’
Wat doe je?
‘Ah hallo, bedankt voor mijn pakketje! Van mezelf! Haha! Nieuwe trend!’
Je negeert dat je geen pakketje verwacht en dat dit je kleding is dat je wou terugsturen. En ook dat je dus het Zalando-etiket op je pakket vergat te kleven en je dus je pakket naar jezelf terugstuurde. Absoluut #selflove, #tweedehandstweedekans.

2. De Zwabberende Plakkousen

Recht uit een album van Jommeke! Professor Gobelina staat altijd paraat!!! Dus, je weet wel, je draagt plakkousen. Daarmee bedoel ik: voor één keer geen panty’s waar je je borsten eigenlijk ook onmiddellijk zou kunnen inproppen (geprobeerd) maar twee afzonderlijke panty’s die rond je bovenbenen plakken en die al je cellulite fantastisch accentueren. DEDIE!
Ik droeg die dus, en ze waren mij wat te groot. Dat gaf niet, beter te groot dan te klein – behalve in groepsleiders. Dàcht ik! Oké, ik ging ermee naar de bibliotheek en ik ging eigenlijk mijn boek droppen in de inzamelbus. De bib is verhuisd (ergste nieuws van 2020) en ik snapte de nieuwe inzamelbus niet. Mijn boek paste er maar niet in: hopelijk hangen er daar geen camera’s. Ik voelde mijn kous al afzakken. Fuck you, plakkous. Ik trok hem op en stapte naar binnen. En toen zakte de kous opnieuw. Centimeter per centimeter. Tot hij, eens ik bij de inzamelkast was, tot op mijn schoen ging. Verlept. Als oud koffiegruis. Een dode kous. Een overreden rat. Beter kan ik het niet uitleggen.
Oké, wat doe je dan?
Schouders ophalen, met die kous tot op je schoen recht als een speer naar buiten wandelen om daar in de auto diezelfde kous aan halve flarden te trekken. Eens overdreven tuuten naar de meneer in zijn dikke BMW die niet aan de kant gaat. Je parkeerskills verliezen omdat je kwaad bent en nog veel kwader worden op alles, iedereen en vooral op FUCKING PLAKKOUSEN. Zo los je dingen op een volwassen manier op!

3. Adressen zijn ook maar relatief

Dat er veel pakketten besteld worden, daar schaam ik me al lang niet meer voor. Pakketschaamte is niet langer een ding. Op een dag bestelde ik snel snel tussendoor shampoo, op een website waar ik nog nooit had besteld. Gek, dat ding kende mijn adres dus niet uit zijn hoofd. Ik moest het dus nog invullen. Prima. De volgende dag al geleverd was de belofte: kreeg ik inderdaad een mailtje van de vrienden van PostNL. Ik schat dan altijd op voorhand in wie de bezorger zal zijn en dan loop ik als een zot naar beneden om te kijken wie het is, maar meestal is hij dan alweer weggereden. De fuckers. Terzijde!

De dag van de levering ben ik aan het werk en krijg ik telefoon – op mijn privételefoon dus.
‘Ja hallo ’t is hier met Filip!’
Ik ken geen Filip. Tenzij Filip van de frituur, en ik denk niet dat Filip van de frituur mij gaat bellen. Allez, een mens weet nooit, maar wat is de kans hè?
‘Euh, ja dag Filip?’
‘Awelja ’t is hier van nummerke 52!’
‘Aha!’
‘Ahja ze hebben uw pakketje hier afgezet hé!’
‘AHA!’
‘Ahja kdacht kga nekeer bellen naar Kelly, uwe naam en uwe nummer staat hierop. Ist goed? Gade het komen halen? We zijn ALTIJD thuis. De groetjes hé seg.’

Ik dacht: die dommeriken van PostNL! Hoe is het mogelijk! Ik woon toch niet op 52! En toen keek ik mijn mail na: had ik verteld dat ik op nummer 52 woon. Tja, dan woon ik daar hè. Dus ik, ’s middags, huppeldepup naar Filip. Eerst nog even op Google Maps checken waar nummer 52 is – zo goed ken ik mijn straat. Ik bel aan, blijkt Filip ook een vrouw te hebben.
En dan – kijken of jullie goed aan het opletten zijn – moet je volgens mijn regel uiteraard …? Doen alsof!
‘Ja sorry hé, er is iets fout gegaan bij postNL en …’
En dan krijg je een blik terug die zegt: ‘mij maak je niets wijs, maar het is allemaal goed.’ De vrouw van Filip blijkt al even schattig te zijn als Filip zelf en glimlacht. ‘Zolang het maar terechtkomt hè.’
En dan ging ik zo terug met mijn pakketje, en dacht ik: er valt toch niet te doen alsof, hoe onnozel is dat eigenlijk. Ik verander mijn regel. Mijn regel is voortaan:

Wees een kakapo.

Niet kunnen vliegen is cool. Zeg maar dat ik het gezegd heb.

Daarnaast: de kakapo is voortaan mijn nieuwe alter ego. Zo ver is ’t al gekomen. Maar nu niet voor ’t een of ’t ander: toch wel een megaschattige vogel hè?

The grande Kelly finale van 2020 in podcast en film

Mijn excuses voor de vreemde titel maar een mens moet wat hè. De beste podcasts en films van 2020? Ja, klopt niet: bijna niets van mijn lijst is uitgebracht in 2020. De beste films en podcasts die ik zag en luisterde in 2020? Ja, een beetje saai hè, dat past niet bij mij. DUS, klaar voor the grande Kelly finale? Ik vertel jullie mijn lijst van de meest betoverende en beklijvende podcasts en films. Boeken doe ik al, dus daarvoor verwijs ik je door.

Films

Bin Jip

Ik ben totaal geen filmkenner. Ik kijk wat Canvas mij voorschotelt, want ik veronderstel dat zij wel kenner zijn. Een pareltje dit jaar was Bin Jip. Zuid-Koreaans en zo zo mooi. Een man verblijft in leegstaande huizen waar hij niets steelt maar in ruil voor het verblijf wat dingen repareert of de was doet. Dat gaat goed tot hij denkt in een leeg, luxueus huis te zijn maar verblijft in huis met een vrouw die mishandeld wordt door haar echtgenoot. Ze zeggen de hele film lang geen enkel woord tegen elkaar. De regisseur: “De meeste tijd zien we geen films, maar horen we ze.”

Call me by your name

Ik las het boek (zo schoon) en keek daarna de film (zo schoon). Een coming-of-age verhaal van meer dan een eerste vakantieliefde in een zomerhuis in Italië. Elk jaar verblijft Elio, 17, met zijn ouders in Italië en komt er een studiegast logeren. Dit jaar is dat Oliver. Er start een zomer die begint met irritatie maar eigenlijk bol staat van de aantrekking, heel eenvoudig gebracht. Poëtisch, hoe ze rond elkaar draaien. Moet je zien!

Mar Adentro

Ahhh, deze zag ik deze zomer! Ken je dat, dat zo’n film direct doet terugdenken aan het gevoel van wanneer je die zag? Het seizoen, uw bruin tintje, de geur van uw zonnecrème en de zetel die aan uw vel plakte want ja zomer? Awelja misschien niet maar ik heb dat dus wel. Terzijde.
In Mar Adentro ligt Ramón al jaren verlamd in het ziekenhuisbed van zijn familie en kijkt zijn raam uit op de zee: ooit zijn ultieme vrijheid, tegelijk de oorzaak van zijn verlamming. Mar adentro: de zee binnenin. Aha, jawel! Ramón wil trouwens ook euthansie. Deel van de film, maar niet alles. Er zijn twee vrouwen in zijn leven: Rosa, die vindt dat het leven altijd zin heeft, en Julia, die zelf aan een ziekte lijdt. Ze hebben allebei een andere mening en een ander leven, en ook de Spaanse regering denkt er allemaal het hare van.

Beautiful Boy

Prachtige film van de Belgische regisseur Felix Van Groeningen. Timothée Chalamet van Call me by your name is hier nog eens: ik zou zeggen hou die in het oog, maar hij ís er al. Beautiful Boy is een drama, sterk en oprecht, over een vader die zijn kind ziet struggelen met een drugsverslaving. Opnames, emotionele manipulatie. Niet weten wat je daar mee aanvangt, toch graag zien, niet weten of je daar goed mee doet. Kwaad zijn. Lief zijn. Niet kunnen helpen en machteloos zijn. Heel sterke rollen, wauw. Te zien op Canvas en volgens mij ook op Amazon Prime.

Podcasts

Bob

Het was de allereerste podcast die ik luisterde. Ik hou van verhalende podcasts, zoveel. Van audiocollectief SCHIK – zij zijn heel goed. Ik denk ook niet dat je Bob kan luisteren en niet van podcasts kan beginnen houden. Samen met Elisa ga je op zoek naar wie Bob is en zit je mee in dat kamertje in het rusthuis, in haar leven, op onderzoek. Bob is geen campagne voor alcohol achter ’t stuur meer, maar absoluut Bob van Elisa.

El Tarangu

Na Bob dacht ik: nu is ’t om zeep, ik heb het beste gezien. Doomed. Toen luisterde ik El Tarangu. Ik dacht eerst: fuck, ’t is met wielrennen, da’s het stomste van het stomste. Ik heb daar degouts van, dat komt omdat die altijd in mijne weg rijden, omdat ik het niet begrijp en ik fietsen HAAT. En nu hè, nu weet ik wat demarreren is! Zeer boeiend allemaal, of eigenlijk totaal niet, want het gaat vooral over iemand die eigenlijk dood hoort te zijn en opeens opduikt in een restaurant en DAT jongens, dat vind ik gigantisch fascinerend. Een beetje een mindgame, en dat dan nog eens in Spaanse sferen. Zo zomers. (Luister het misschien in de zomer van 2021 – ik vind dat je zomerdingen in de zomer moet luisteren of lezen).

De brand in het landhuis

Spraakmakend en met loooots of drama. De pageturner van de podcast. Meneer Marggraf komt om het leven bij – oh my god – de brand in zijn landhuis en zijn geld en zijn schilderijen zijn daarbij ook spoorloos verdwenen. Jawel, spannend hè. Mooie zijtakken aan het verhaal: die oude, o zo kwade meneer van het landhuis bleef mij maar verbazen. De wereld is boosaardig, maar soms toch ook niet. Of wel. Hehe.

Drie dagen

De podcasts die ik enkele weken geleden luisterde en bleef hangen. Er is ook een boek van: Als je wieg op drijfzand staat. Mijn hart gaat altijd uit naar al wie geboren wordt in gezinnen waar het niet veilig is, die opgroeien in chaos. Dat was ook zo voor Elvire, die zo wankel leeft dat ze psychisch lijdt en euthanasie wil. Het lijkt eerst vrij duidelijk te zijn waarom, maar langzaam kom je meer te weten. Kleine kanttekening voor mij is dat de makers al vaak “ja maar” dachten en dat ik dat graag uitgewerkt had gezien.

Ik ontdekte dus de podcast en ter info (omdat ik het niet kan laten uiteraaaard) ook nog wat ik niet of minder goed vond:

  • Het Oord: ik hoorde het acteren erdoor
  • De Kasteelmoord: best oké want uit mijn buurt en het fascineerde mij om het dialect van hier te horen “Mo twas den dokteur é seg” maar verder nogal droog gebracht, weinig gespeeld met geluid
  • De Volksjury: leuk concept want ’t zal wel zijn dat wij het beter weten dan de rechtbank enal, maar ik ben dus geen fan van de twee vrouwen die het presenteren. Ik heb echt geen interesse in hun millennialwereldreizen
  • Lotte gaat diep: aub, met om de vijf minuten die mnm-ringle daardoor. Verder mocht dat nu toch veel dieper, nee? Allez.