Over mooie en lelijke woorden, der liefde en der haat

Begin 2020 maakte ik al eens een lijstje met woorden der liefde en woorden der haat, oftewel Nederlandstalige woorden waar ik steeds blij van word en woorden waarvan ik zo walg dat ik ze systematisch wil beginnen schrappen in bibliotheekboeken. Ik hou al een hele tijd een nieuw lijstje bij en het was zo’n mail van Schrijfvis die ik eigenlijk nooit écht lees (sorry) die me eraan herinnerde. De mail vroeg mij ‘gebruik jij wel eens moeilijke woorden in je tekst als dat eigenlijk niet hoeft?’ en ik dacht o nee, helemààl niet, moeilijke woorden behoren over het algemeen niet echt tot mijn vocabulaire. Amorf, hoorde ik nog vandaag, en ik begreep er weer niets van. Het betekent nochtans ‘zonder duidelijk geordende structuur’, dus misschien kan ik in de plaats van dat ik mezelf voorstel als chaotisch, in de toekomst zeggen dat ik amorf ben. Een mooi of een lelijk woord, ik ben er nog niet aan uit. Aan mijn lijstje hieronder wel – min of meer hè, allemaal nogal fluïde (dat vind ik al een bijzonder moeilijk woord).

Woorden der haat

  • Woonachtig

Ik ben woonachtig in Gent. Nee, jij woont gewoon in Gent. Doe niet alsof blasé want het helpt allemaal niet, je lijkt er alleen maar dommer door. Of woonachtig TE Gent, dan wordt het nog allemaal erger, met die burgemeestertaal die nergens op slaat.

  • Doch

Dit zei Irene op mijn vorige post en sindsdien heb ik het nog vaak zien terugkomen. Ik kan er met mijn hoofd niet bij (en ik bén openminded! Maar niet voor doch!) dat mensen een zin schrijven en denken: o, ik kan kiezen tussen echter, maar en doch, en ik ga op een zonnige dag als vandaag voor DOCH.

  • Leeuwendeel

Het leeuwendeel van de bevolking wil dansen op stoelen. O, dus het heeft helemaal niet met een leeuw te maken? Maar je zegt toch leeuwen-deel? Huh? Zeer verwarrend allemaal.

  • Zwager en schoonbroer

Waar jullie in Nederland zwager vandaag halen, god mag het weten, maar ik denk altijd aan zwerver. Of aan iets heel zweverigs, met wierrookstokken en tulbands, maar echt niet aan een schoonbroer. En terwijl we bezig zijn is een schoonbroer toch ook wel een heel vreemd woord voor de echtgenoot van je zusje.

  • Dat ligt me na aan het hart

Hoezo, na? Dat is toch veraf? Als het nà je hart ligt dan is het toch helemaal niet belangrijk meer? Ik heb het even gegoogeld en blijkbaar is ‘nauw aan het hart liggen’ gebruikelijker in België en ik heb inderdaad het gevoel dat er bij ‘na’ een stukje mist. Nauw, lekker dichtbij.

Woorden der liefde

  • Chloroform

Oké, ik geef toe, het klinkt heel lelijk. Het klinkt Duits en BUCHSTABIEREN SIE DAS FUR MICH maar het is heerlijke nostalgie omdat het mij doet denken aan Jommeke. Iedereen werd er verdoofd met chloroform, het lijkt wel of die dat permanent in hun achterzak hadden zitten. Vervelend mens? Chloroform! Enge man? … Chloroform! Zeer educatief.

  • Lanterfanten

Wanneer je op een zomerse dag op vakantie niet veel meer te doen hebt dan ontbijten, lezen met je benen bungelend in het zwembad en in de late namiddag, misschien, als je zin hebt, eens wat te gaan zien, zodat je later het idee krijgen dat jullie echt wel wat gedaan hebben in dat buitenland.

  • Tomeloos

Eén van mijn favorietjes. Niet mateloos, maar tomeloos. Zoveel zachter en vrouwelijker. Je ergert je mateloos, maar je geniet tomeloos. Absoluut. 

  • Klimop

De plant die zich vrolijk vastklampt aan gevels en aan daken en steeds maar hoger klimt en zo maar graag klimop wordt genoemd. Het doet een beetje Zuid-Afrikaans aan misschien, een beetje schattig.

  • Hooiwagen (het dier, vooral)

Ik vind het beestje niet zo heel fijn om in huis tegen te komen (want ze zitten ook al-tijd in huis) maar hun naam is wel leuk. Willen jullie wat feitjes? Over het beest waar jullie zeker al meermaals (o!) de kamer mee deelden en jullie absoluut nooit vermoord hebben? Wel hè, allereerst is het dus geen spin, ook al heeft het acht poten. Het lijkt er alleen een beetje op, maar is eigenlijk meer verwant met de schorpioen. Nu geen paniek jongens rustig, de hooiwagen totaal ongevaarlijk want ze kan niet in onze huid bijten, en maakt niet eens webben. Je neemt ze dus gewoon rustig bij één (of liever twee of meer, vindt hij wat aangenamer) poten en zet ze buiten. Of je schudt ze via de veegborstel buiten, doe ik ook. Hij heet trouwens hooiwagen omdat je altijd met hem samen slaapt rond september, de tijd van de hooi. CUTE!

Hallo meneer De Croo, ik vind dat u dat goed doet

Zal ik beginnen met vertellen dat ik helemaal niets van politiek ken? Er zijn er die zullen zeggen dat ik dan maar tout court mijn mond moet houden. Wellicht zij met de hashtag ‘niet mijn regering’, of zij die mij arrogant proberen vertellen over wetteksten en vinden dat ik mijn mond pas open mag doen van zodra ik weet hoeveel zitjes het parlement telt en dat componist Vivaldi er helemaal niéts mee te maken heeft – of wel, ik ben er nu nog altijd niet aan uit. U wel? Ik vraag mij dat soms af, of u soms in dat parlement (of een Zoommeeting, godbetert!) zit en denkt ‘welke gekken toch allemaal, ik versta er allemaal de botten van’ en dat u dan doet ALSOF. Ik doe dat wel, maar goed, ik moet geen land leiden. U wel. En ik vind dus, zoals ik in mijn spoilende titel bekendmaakte, dat u dat goed doet. Dat mag ook hè: zeggen dat het goéd is!

In alle eerlijkheid: mensen kunnen in mijn ogen weinig verkeerd doen. Ik relativeer, want ik stel me steeds in de plaats van die Almachtige Regeringsleider (haha) en bedenk me dan hoe ík het zou doen. Ik zou vaccins naar alle waarschijnlijkheid kwijtraken, of de diepvriezer vergeten aanleggen. Foutje van de regering. Volgend vaccin beter.
Ik ben dus mild, ook voor u. En toch valt er mij iets op als u aan het woord bent: ik word er een beetje rustig van. Van de politiek! Niet zomaar van slaapwekkende debatten hè, maar zoals iemand je een verhaal voorleest en je denkt: ik begrijp dit, en ik ga verder blijven luisteren. Ik luister zonder frons tussen mijn wenkbrauwen, zonder kritisch draaiende radars in mijn hoofd ‘wat moeten ze nu weer van mij!’, zonder boze weerstand. Met begrip.

U kondigt mij nochtans meestal belachelijk vervelend nieuws aan en u valt ook vaak in herhaling. Hebt u daar al op gelet? Ellendig om altijd diezelfde woorden te moeten zeggen. Afstand, ontsmetten, mondmasker, sluiting: ja-haaa. Ik hoop dat u snel eens leuk nieuws mag brengen: gratis frietjes voor iedereen! (ik zeg zo maar wat, ik ben vooràl geen ideeën aan het pitchen). Maar op de één of andere manier, ik kan niet goed uitleggen waarom, denk ik: die bedoelt dat goed. Meestal heb ik daar een neus voor. Ofwel kan u goed liegen en moet u dringend meedoen aan De Mol, ofwel meent u het echt goed. Ik denk dus dat u oprecht bent, als u in de camera kijkt en heel melig zegt dat we er voor elkaar moeten zijn. Dat u uren verslijt om echt de beste oplossing voor iedereen te verzinnen in een tijd waar beste oplossingen zo’n verzinsel van De Maya’s lijken te zijn en waar iedereen de godganse dagen klaagt en zaagt en draait met zijn ogen. Ik vind dat er vanalles misgaat – u misschien ook. U legt het wel menselijk uit en dat vind ik heel fijn. Ik vind uw plukjes grijze haar ook heel aandoenlijk, dat helpt.

Ik heb het echt gehad met ons Miss Rona: totaal volledig gehad. Er zijn alleen ergere dingen, dus ik plaats in perspectief, elke dag. Het gaat over. Andere dingen gaan niet over, ik hoop dat u van die belangrijke dingen ook werk maakt. De rechtvaardiging van de slachtoffers van de aanslagen van 22 maart – en en en, maar dan ben ik vermoedelijk aan politieke dingen aan het doen. Dat ga ik niet doen. U doet het goed. Het schijnt dat als de overheid het op momenten onvoldoende deed, het beter moet.
(Dat laatste komt uit uw speech – ik heb het opgezocht. U moet wel wat doen aan die foto op uw website: u bent daar heel slecht gefotoshopt. Als ik dat mag zeggen hè).

03 maart ’21: onkruidmeditatie, kattenparadijs en ruiken aan de lucht

Hoezo maart is gepasseerd? Mààrt? In wat voor een apocalyptisch bestaan leven wij nu eigenlijk weer dat er opnieuw een maand de deur uit is zonder dat ik dat goed besef? Ik ben nooit goed mee met dingen, ik heb er zelfs perfect ondersteunend beeldmateriaal bij gevonden:

Dat die pinguïn het zelf ook niet meer begrijpt en dat zijn vriend hem dan maar komt halen, ik vind het grappig en heel schoon.

Hmmm wat heb ik allemaal gedaan deze maand? De lente is begonnen (!!) en begin deze maand vond ik het weer wat teleurstellend, want natuurlijk was het in mijn hoofd zo dat maart = 18 graden en maartse buien zijn een verzinsel van de goden. Eén keer had ik het weer verkeerd ingeschat en was ik in korte broek en T-shirt gaan lopen en keek iedereen naar mij alsof ik een halve gare was, maar goed, dat doen mensen wel vaker. In de kringloopwinkel passeerde ik mensen in een emoeloopje omdat ik het in James Bondstijl wou doen gezien social distancing en ja ik weet het niet, ingeving van het moment, maar het werd minder goed onthaald. Daarna begon die man aan de kassa wel tegen mij te praten over zijn petroleumlamp en toen ik vroeg waar hij hem zou zetten keek hij heel dom want het was er één voor aan het plafond. Ah ja.

Uiteraard heeft het klimaat alles weer goedgemaakt met de afgelopen drie dagen. Ik ben dan oprecht veel gelukkiger en vind het heel gek hoe de lucht voelt. Je kan ze proeven, zelfs, het is heel bizar wat er allemaal gebeurt in zo’n lente bij goed weer. Ik nam mijn allereerste verlofdag van het jaar, want ik had mezelf beloofd dat ik ze zou opsparen voor goed weer. Ik zou niet weten wat ik met verlof zou moeten doen als het regent, dat doet het in het weekend toch al genoeg. Enfin, ik werd wakker met de zon, las een beetje, nam een overbodige douche en ging tuinieren in mama’s tuin. Heel gek hoe goed aarde ruikt, maar omdat onkruid soms te veel is, deed ik ook een trucje met zout water dat je moest oplossen in heet water. Dat mocht je uiteraard laten afkoelen, je wil toch geen insecten verbranden! Los daarvan vind ik onkruid wieden heel mediterend, gewoon sprieten uit de aarde trekken, de zon voelen en af en toe eens een dikke worm tegenkomen. Daarna las ik in de hangmat en vond ik het ritme van een beetje wroeten in de tuin, eten en hangen in de zon fantastisch. Ik ga er mijn levenswerk van maken. ’s Avonds werd ik dan helemaal gek want ik trok nog wat onkruid uit in mijn eigen tuin (het blijft echt komen jongens dat onkruid, welke gekke systemen zijn dat eigenlijk?) en als ik bezig ben dan blijf ik ook echt bezig, want ineens schermende het. Het beste van al was dat ik nog steeds in mijn korte mouwen zat, dus eigenlijk is het zomerseizoen bij deze al geopend! Ik kwam ook een gigantische spin tegen en we schrokken allebei immens van elkaar, het was eigenlijk aandoenlijk om te zien. Allez, kan ik me zo voorstellen mocht er zo’n reeks van mij gemaakt worden à la De Verhulstjes. Gewoon “Kelly”. Ook spraakmakend genoeg hoor, ik amuseer me kostelijk met mezelf en mijn vermogen om elke dag wel iets te verprutsen en dingen onnoemelijk veel moeilijker te maken dan strikt noodzakelijk! Ik durfde hoe dan ook niet meer in de buurt komen bij de spin met mijn hand maar ik heb wel staan staren naar haar hoofd (ze heette Tara vermoedelijk) en toen ik de emmer ging legen was ze weg. Wie weet heb ik ze meegesmokkeld naar binnen! O jee!

Ze is misschien in mijn auto gekropen, maar de auto gebruiken bij 18+ graden vind ik stom dus dat heb ik voorlopig niet ontdekt. Ik doe zoveel mogelijk te voet, alleen ging ik te voet te laat zijn bij de kinesist en zorgde dat voor een dilemma van jewelste. Ik deed wat niemand voor mogelijk hield en gebruikte de fiets! Ik zat er een halve minuut op en vond het vre-se-lijk, maar het ligt echt aan mijn straat: die ligt niet recht. Het is zeker daarom dat mijn olie in de pan altijd overhemelt naar rechts. In de volgende straat fietste ik al iets beter, maar wat een ellènde nog steeds. Ik volg dus (opnieuw) kiné voor een soort whiplash na een verkeersongeluk in 2013. Iemand reed toen op mij in en blijkbaar tekent één nekwervel daar nog steeds bezwaar tegen aan. Je zou denken dat hij na zeven jaar wel al overheen zou zijn, maar misschien had ik hem niet zo moeten negeren.

Ook op Vinted word ik nog steeds vooral genegeerd, al verkocht ook nog wat. Ik begrijp verder wel niet dat mensen ‘Super !’ reageren en toch maar vier sterren geven? Zelf kocht ik voor het eerst ook dingen met mijn budget aan verkochte dingen: plateausandalen en een wit blousje. Ik vind het tegenwoordig een heel leuk en verslavend ding, maar ik vind nog steeds dat mensen echt een afschuwelijke smaak hebben en dat de meeste dingen toch niet aan de straatstenen verkocht geraken. Maakt er een vod van, denk ik meestal. Ik zou ermee verven.

geen vodden: mijn nieuwe blouse en mijn nieuwe favoriete-rok-in-wording

Nu we het over verven hebben: ik schilderde een pimpelmees in een boom die van die rode bolletjes produceert waarvan niemand eigenlijk weet of die nu eetbaar zijn of niet. Allez, een ander zal het wel weten, maar ik weet het nooit en wil er dan altijd van proeven omdat ik twijfel of het die lekkere rode besjes zijn of ja, iets giftigs waar mijn maag van moet leeggepompt worden. Ik ben alleszins fan van de pimpelmees, die zitten hier vaak in de tuin. Ik wil echt heel graag eens zo’n cursus vogelgeluiden volgen, wie weet hoor ik in het bos zo’n megazeldzame vogel en ben ik er gewoon voorbij aan het lopen in het idee dat het een duif is. Allez, niets tegen duiven: ik vind duiven hele mooie dieren. Ik wil even een buigende ode maken aan de wilde klapperende duiven, we kijken er niet genoeg naar. Je moet het kleine eren! (Zeker als ze gehandicapt zijn: ik heb er ooit eens één uit een station willen adopteren. Men heeft mij dat belet. Ik weet ook niet waarom).

Vooraan het huis (waar mijn appartement dus boven is) stonden de kerselaars de hele maand in bloei. Altijd veel leuker thuiskomen zo! In mijn tuintje dan, achteraan, zijn de paletten toegekomen. Ik was wat in dubio van wat ik wou doen met mijn tuintje, want ik wou er nu ook niet te veel geld aan uitgeven maar wou wel iets gezelligs. De paletten zijn er al, de kussens komen binnenkort en dan nog wat lampjes en bloemetjes en verse kruiden en we zijn klaaaaar voor een zomer lezen met hapkes. Het is er ook een kattenparadijs geworden: de zwarte kat van de buren ligt de hele tijd te chillen in mijn tuin (ik heb ze ook snoepjes gegeven, dat ligt niet daaraan) en er is ook een onbekende kat met strepen bijgekomen. Ik vind het vaak wat zielig voor Jane, die gewoon binnen in mijn appartement zit. Ze haalde één of andere gekke toer uit door te denken dat ze twee meter naar mijn velux kon springen (ze heeft zich gelukkig niet pijn gedaan, het was wel grappig) maar als ik ze aan de leiband naar buiten haal, is ze bang. Ik ga het wel rustig opnieuw proberen, iemand tips voor goede kattenleibanden? (no shame ze zeg)

mood
mood
mood!!!

Zijn we klaar voor een nog zonniger april? Ik luisterde deze maand ook vaak naar Sault. Als nummer van de maand – dat ik meestal vergeet in mijn maandoverzicht – kies ik voor Wildfires. Sault is een soort Banksy trouwens, dat ik ontdekte na eens Googelen. Heel hipster enal, voor als je eens ja, hip wilt doen als je je ooit nog in sociaal gezelschap begeeft. Groetjes! Veel buiten komen en zonnecrème smeren hè!

365 (of minder) vragen aan mezelf: deel drie

Dus, omdat ik mezelf heel interessant vind (ik heb niet voor niets een tag “ik vind mezelf ZO interessant dat ik mezelf interview hahahahaha”) doe ik mee met Irenes idee om per maand een aantal vragen te beantwoorden. Ik pluk die vragen van Pinterest of het internet of ik vind er uit (het is altijd iets vreemds bij mij) zodat ik de illusie kan creëren dat een tijdschrift mij interviewt omdat ik intussen al zo een beroemd auteur geworden ben dat elk weetje over mij interessant is.

21. Draag je thuis ‘normale’ kleren of comfy kleding zoals een legging of een jogging?

Dat verschilt echt naargelang mijn mood. Ik draag mijn sportkledij heel graag als chillkledij (die leggings zitten echt zo goed) maar zeker nu het lente is vind ik het net zo tof om in mijn lange rokken te lopen. Ik draag tegenwoordig ook bijna nooit meer échte broeken.

22. Wanneer ging je voor het laatst uiteten?

Maar dus echt vlak voor deze winterse eeuwigdurende lockdown (wie spreekt er zelfs nog van lockdown drie, da’s allemaal ’t zelfde want ik mag geen rosé drinken met hapkes op een terras??) ging ik voor mijn verjaardag gastronomisch eten. Voor de eerste mei heb ik daar een reservatie staan en ik ben nog steeds de positivist die denkt dat ik daar in het zonnetje ga eten op hun terras. Ik heb het moeilijk met mensen die onmiddellijk mijn positiviteit proberen doorbreken en zeggen ‘ja maar het gaat niet open gaan haha’, zwijgt gewoon.

23. Wat is verwennerij voor jou?

Bediend worden. Nog een beetje wijn bijschenken terwijl ik dat niet eens moet vragen. En ik blijf bij mijn leuze: lekker eten in goed gezelschap is één van de heerlijkste dingen van ’t leven.

24. Welk dier zou je willen zijn?

O ik zou elk dier wel willen zijn, toch fascinerend om te weten hoe het voelt om een spin te zijn en met mijn acht poten te kunnen ruiken, of een slang of tja, standaard, een vogel (maar dan ook ineens een specht, dan kan ik in bomen pikken).

25. Fietsen of wandelen?

Ik wandel nog liever drie kilometer dan dat ik het op een kwartier fiets. Ik heb echt een diepe haat ontwikkeld tegenover de fiets, ik vind het echt een afschuwelijk ding. Kan iemand mij vertellen waarom fietsen zo lastig is? Waarom ik er zo van zweet? Waarom ik niet vooruit ga en voortdurend ingehaald wordt door bomma en door pietsnot? Ik heb dan nog een vrij deftige fiets hè, met versnellingen enal, die ik nooit gebruik want ik kan op niet meer dan twee. Gaan lopen: allemaal geen probleem, maar fiétsen, ik zie daar echt van af. Mijn lichaam maakt daar antistoffen tegen aan.

26. Wat is je favoriete kledingstuk?

Mijn lange rok in zwart-wit pantermotief! Ik kocht hem ergens eind 2019 denk ik. Een goedkoop dingetje maar van goede kwaliteit! Ik loop er maar mee rond te zwieren, en prop het gewoon in de wasmachine en DAT KOMT ER KREUKLOOS UIT en in 1 2 3 is het droog. Ik weet niet wat je meer moet verwachten van een kledingstuk. Allez, ook dat het u goed staat hè. Ik denk dat de meeste mensen goed staan met een lange rok maar nu niet voor het één of het ander, ik vind dat ik er heel goed mee sta. Tot daar mijn complimentjesronde.

27. Wat is je favoriete recept?

Zomerschotel van Madame Zsazsa! Het is megasimpel met krieltjes, tomaten, witte bonen, sjalot en basilicum maar echt hemels om buiten op te eten. Eten is bij voorkeur ook makkelijk om te maken, want intussen kan je ijsjes eten. Ik heb het recept niet online gevonden, maar ze houdt wel een receptenlijstje bij op haar blog en het is ook nog eens een grappig mens.

28. Wat is je favoriete moment van de dag?

Nu komt de shock, maar de ochtend denk ik. Met voorwaarden: ik moet mij niet opjagen (wat meestal zo is met telewerk of weekend), de zon schijnt, en ik heb koffie, speculoos en een boek. Ik sta daar ook echt drie kwartier vroeger voor op tegenwoordig, ik heb het helemaal in mijn gekke kop gekregen. Da’s nog altijd maar om 7:15 hahaha, maar dat zou ik mij pre-corona niet moeten permitteren.

29. Heb je recent een doel bereikt? Welk?

Het schijnt dat we altijd bezig zijn met werken aan een nieuw doel terwijl we er eigenlijk al bereikt hebben hè? Welja, in tussentijd heb ik mezelf echt al veel beter leren kennen. Ik dacht altijd wel dat ik het wist, maar dat waren leugens. Wie weet denk ik binnen een paar jaar hetzelfde, dat kan, misschien ben ik dan nog leuker geworden!

30. Wat is je favoriete verrassing?

Doe alstublieft allemaal normaal en verras mij niet. Ik heb een harstochtelijke hekel aan verrassingen. Ja, leuk en lekker spontaan naar de andere kant van het land rijden: absoluut, maar dan heb ik dat mee beslist. Ik cringe altijd in programma’s waar mensen geblinddoekt ergens heen moeten rijden.
Natuurlijk mag iedereen wel onverwachts een parfum kopen voor mij (Chanel Eau Tendre: ja al jarenlang dezelfde ik ben doodsaai hahaha).

31. Hou je van pikant eten?

Neen. O ja dan ben ik maar weak, blijf gewoon ver weg van mij met die sterke kruiden. Ik kan er echt niet goed tegen, maar goed, ik raak over het algemeen snel overprikkeld.

32. Wat waren je hobby’s als kind?

Geen! Haha toch niet in de zin van ‘na school naar de muziekschool/dansles/volleybal’. Dat ik geen sport zou doen, dat zal wel niet als een verrassing komen, maar ik vind het nu wel wat jammer dat ik nooit tekenschool heb gevolgd. Ik tekende dus wel vaak, maar dan alleen. En ik las uiteraard ook vaak. Schrijven ben ik pas veel later beginnen doen.

In feite kunnen jullie na deze vragenlijst concluderen dat mijn leven uit niet veel meer bestaat dan een fascinatie voor dieren, eten in goed gezelschap, creativiteit en goed weer. Enfin, ik heb het goed leven gevonden! Nu moet het goed leven míj ook nog vinden. (Ik maak het nodeloos ingewikkeld, zoals steeds. Heb je dan ook met mij).

Hé, mogen we schrijven en lezen wat we willen?

Ik vraag mij wel eens af of ik wel màg schrijven. Ik bedoel: niet zomaar een frivool blogpostje waarin ik de wereld laat weten wat mijn unpopular opinions zijn die helemaal niet zo unpopular zijn of mijn ergernissen en gelukkenissen – nee, echt schrijven, als in boeken en auteurs. In een boek dat je ter hand kan nemen, met bladzijden die weer omslaan omdat je even wat wil pakken of op de e-reader die je overal mee naartoe zeult behalve op het moment dat je hem echt nodig hebt. Zoals auteurs columns hebben in kranten met faam, zoals ze moeiteloos met woorden zwieren waarvan ik nog nooit gehoord heb – o ja het patriciaat, wat ìs dat ook alweer, iets van de geschiedenis ja. Het is net zoals met politieke termen: ik zoek het op, en ik vergeet het. Ik ben heel erg goed in vergeten.

Ik doe mee aan de één of andere kortverhalenwedstrijd die kopt met ‘ben jij de nieuwe Lize Spit of Tom Lanoye?’ en ik denk: o nee, zeker niet. Hahaha ben je gek. Ik heb ook helemaal die ambitie niet, ik weet helemaal niets van literatuur. Ik zat ooit in de les literatuurgeschiedenis op de hogeschool en ik kende niet één boek uit onze Nederlandstalige geschiedenis – ik kon niet eens literatuur van lectuur onderscheiden. Dat heb ik toen, laat ons zeggen, nogal hardhandig geleerd. Ik leerde over De ontdekking van de hemel terwijl Sophie Kinsella in mijn sjakos zat. Ik begreep echt niet wat er te ontdekken viel in die hemel en dacht in de les: maar Sophie Kinsella schrijft over een spook en ik heb er luidop mee gelachen. Ik vond dat een talent, maar het lijkt alsof we collectief besloten hebben om over die bepaalde talenten te zwijgen. De reeks ’50 shades of grey’ was toen een hype, en mijn docenten vonden dat toen nogal minderwaardig: zeer leuk, absoluut, voor een bepaald niveau. Ik hield uiteraard mijn mond. De stilzwijgende boodschap die ik meekreeg, was: wat wij lezen is helaas voor slimme mensen, jij bent een ander type. Best leuk, maar een beetje dommig.

Sophie Kinsella’s laatste boeken zeggen me nog weinig en die rasechte chicklits ook, maar ik vind het ab-so-luut een volwaardig genre. En jazeker, ik zal misschien met mijn ogen draaien als alle Zeven Zussen in de top 10 fictie lijken te staan, maar hé, toch een goed teken dat mensen lezen? Ons moeder (ze is slechthorend en vindt taal soms wat moeilijk) las nooit, tot ze in Danielle Steel begon. Dat begrijpt ze en ze leest het op haar tempo, maar ze léést. Hoe schoon is dat eigenlijk?

Ik doe dus mee aan die kortverhalenwedstrijd met – het zal wel! – een verhaal dat in mijn frivole schrijfstijl geschreven is. Ik heb het geprobeerd, om anders te schrijven: tijdens mijn schrijfcursus eind vorig jaar bijvoorbeeld. Ik vergelijk mezelf nogal snel met een ander: dat is stom, weet ik wel, maar als een ander het op manier C doet dan is al het andere in het alfabet opeens totaal idioot volgens mij. Dat vergelijken werkte dus niet, want dan schreef ik onzinnige teksten. Tja, ik ben er gewoon niet intelligent genoeg voor, of mijn teksten zijn niets zonder mijn humor – volledig naar keuze. De kans dat ik die wedstrijd win terwijl ik geen Lize Spit of Tom Lanoye ben, is misschien nogal klein. En toch doe ik mee, omdat ik schrijven wel heel leuk vind (vooral ook frustrerend, WEODEND word je ervan) en omdat schrijvers heus niet allemaal ingewikkelde verhaalanalyses hoeven maken. Toch?

Zoals altijd begrijp ik er ook niets van en doe ik maar gewoon verder. Dat heb ik ook met ramen wassen: daar zullen wel technieken voor zijn, maar ik sop maar gewoon en hoop dat het een beetje blinkt.

Ergeren aan de natuur (haha nee aan de mens natuurlijk) en geluk in de Zalandotoren

boodschap aan het weer: dit bedoel ik, echt niet zo moeilijk

Ergernissen

  • Als mensen in een recensie iets verklappen. Zwijg. Je schrijft iets op het internet, het wereldwijde web – www hahaha – dus mensen lezen dat. God. 
  • Bestuurders die op de autostrade geen snelheid kunnen aanhouden. Ik zet mijn cruisecontrole op nu ja, 125 (daar mag je je aan ergeren hoor oh god) en dan haal ik een tragere bestuurder in, en wat later word ik (nog steeds aan 125!) ingehaald door datzelfde autootje dat ineens lijkt te beseffen dat het dringend ergens naartoe moet. Doe gewoon eens normaal, denk ik dan, en alsof dat niet dom genoeg is moet ik twee minuten daarna OPNIEUW inhalen! Dan vind ik je compleet, maar compleet onnozel. Als ik niets beter te doen had dan het te documenteren op mijn blog, dan zou ik een ambulance bellen om je te laten afvoeren. 
  • Dat de 16 graden alweer voorbij zijn terwijl het intussen half maart is? Ongehoord. Moeder natuur, touwtjes in handen nemen graag. 
  • “Mensen met de letter E in de naam nemen je mee op reis” en dat mensen elkaar daar ook echt in taggen. Ik heb de facebookapp van mijn telefoon gesmeten en eigenlijk kijk ik enkel nog omdat ik af en toe de nood heb om mij beter te voelen dan anderen door comments te lezen van nieuwssites. 
  • Vergaderingen. Ik.haat.vergaderingen. Ik verlies mijn denkvermogen compleet (over concentratie wil ik het zelfs niet hebben) en online is het nog erger, want als de camera op moet dan staar ik naar mezelf. Als er dan brainstorm is en er mij gevraagd wordt ‘wat denk jij, Kelly?’, dan heb ik in alle waarschijnlijkheid aan Japan gedacht. Ik heb helemaal niets met Japan.

Gelukkenissen

  • Random leuke gesprekjes met vreemden. Je zou het misschien niet verwachten van mij maar ik heb dus gesprekjes met mensen die ik niet ken! Ik weet dat Laura van den Delhaize een hond heeft die altijd in haar boodschappentas snuffelt en bij de bpost drukte de vriendelijke mevrouw mij op het hart om mijn retourticket toch echt niet weg te smijten (ik was van plan het kwijt te raken) en dat kwam werkelijk van pas. 
  • Weten dat je frietjes gaat halen en de hele tijd denken: vanavond frieten. Vanavond frieten. Olala vanavond frieten. 
  • Ook weer eens credits voor onze natuur: dat ik op zonnige dagen rond half 8 mijn gordijnen mocht openzwieren en al kon zien aan de lucht dat ze de rest van de dag heel mooi ging worden. Dat roze, en dan dat oranje, en dan met een vogel, en ik met mijn koffie en mijn speculoos.
  • Als er eindelijk eens iets past van mijn toren aan Zalandopakketjes. (allez een ergernis en een gelukkenis in één ;)). Birkenstocks in een 35? Te groot! Schoon kleedje? Vormeloos als ik het aantrek! En dan zit er toch eens een rok bij die er gewoon uitziet zoals op de foto: heer-lijk. Mijn supermarkt leek er alvast heel blij mee!
  • Dat De Mol bijna terugkomt. Da’s echt alles in één: spannend en grappig (please laat ze een zatte proef doen, never forget de museumproef), goeie memes én zotte theorieën achteraf. Ik vind dat de max, als tiener was ik ook al bezeten door wie A was in Pretty Little Liars.

Hebben jullie je flink geërgerd of veel gelukkenissen gehad? Ik hoop op een mix, dan is het leven best goed.